Home
KASHBA Asiatica
Ais Loupatty
Ton Lankreijer
Staalstraat 6
1011 JL Amsterdam
Open 12:00 – 17:00
Zondag / Sunday 14:00 - 17:00
Contact:
31-20 - 6 23 55 64
06 - 588 41 370

Als zesde generatie tempelbewaarder leeft hij van de dagelijkse offerandes. Het familiehuis is aangrenzend, door een open deur zie ik de tv aanstaan.
Z’n zoon zal het stokje echter niet overnemen want ‘hij studeert’. Misschien de zoon van z’n broer want ‘die heeft minder mogelijkheden’.

Tekst invoeren

‘Het verschil tussen boeddhisme en jaïnisme is..’ zegt hij als een leraar die voor een zoveelste klas staat, ‘..dat de boeddhisten hun ogen dicht doen.. en wij jaïn.. ze juist wijd open houden.’
Tekst invoeren
Jaïnisme gaat uit van een ziel die in wezen goed is - maar dient dan wel gepaard te gaan met ascese (oftewel zelfdiscipline). Dat die twee veronderstellingen schuren, merk je meteen aan de vele tempelborden vol verboden. Vooral vrouwen moeten veel lezen.


Een oudere Italiaan begrijpt niet dat hij wèl de marmeren olifant mag fotograferen maar nìet met z’n vrouw ernaast.
Boos houdt hij zijn portemonnee omhoog en wijst naar het apparaat: hij heeft er extra voor betaald!
De bewaker denkt dat hij hem wil omkopen en blaast nog harder op zijn fluitje. Beiden zijn diep beledigd, maak ik op uit hun drukke armgebaren.
Het groteske gebouw telt talloze gangen en nissen met marmeren beelden.
Tussendoor sluipen tempel- wachters die plots opduiken en tempelgangers letterlijk terugfluiten.
Het snerpende geluid weerkaatst van alle kanten waarop de bezoeker vertwijfeld om zich heen kijkt: moeten ze mij hebben?

Wat later richt de Italiaan z’n camera op een van de naakte ‘boeddha’ beelden met grote open ogen. Prompt snerpen er meerdere scheidsrechter-fluitjes door de oude, stenen tempel.
Geërgerd gooit oude man z’n armen in de lucht en beent de tempel uit.
Fotografie strookt kennelijk niet met een open blik.
(Onderstaande foto danken we aan Ais die welwillend z’n plekje in de jain-hemel opofferde.)


‘Alle scholen van de Indiase filosofie geloven dat Atman, de ziel, eeuwig en onvergankelijk is. legt de aard van Atman uit in de Bhagavad Gita, vers 2:25:
‘De ziel wordt beschreven als onzichtbaar, onvoorstelbaar en onveranderlijk. De ziel wordt niet geboren en sterft ook nooit. Ze heeft nooit bestaan en zal ook nooit ophouden te bestaan. De ziel is zonder geboorte, eeuwig, onsterfelijk en tijdloos. Ze wordt niet vernietigd wanneer het lichaam wordt vernietigd.’
In sommige Indiase hotels krijgt elke kamer nog steeds ‘s ochtends de krant onder de deur doorgeschoven. The Times of India heeft een dagelijkse kolom waarin diverse schrijvers en filosofen de religie en cultuur op het subcontinent belichten. Op een ochtend lees ik ene Ashok Vohra over De Ziel:
Het jaïnisme is een van de weinige religies die geweld ten alle tijden afzweert – al eeuwen. Dat gaat soms zover dat een jaïn de weg voor zich schoonveegt opdat hij geen insect zal doden. Of hij draagt een lapje voor de mond opdat geen vliegend insect er de dood zal vinden.

Lange tijd kon de leer ook niet via drukkunst worden verspreid vanwege de micro organismen die de dood zouden vinden in het toenmalige papier.
Gandhi’s wereldwijd bekend geworden ideaal van geweldloos verzet vond in jaïnisme z’n oorsprong. De kritiek van enkele Indiase filosofen indertijd was dat je gewelddadigheid niet oplost door er een ideaal tegenover te stellen. Maar hun betoog kreeg nauwelijks aandacht… eerst moest de onafhankelijkheidsstrijd worden beslist.
In Zuid-India zag ik een aantal jaar geleden hoe een priester eerst letterlijk de aandacht optrommelde en vervolgens in een snel gebaar plotseling de rode lap voor het beeld wegtrok.
De bedoeling is dat de voorstelling recht bij de tempelganger binnen komt – zonder tussenkomst van persoonlijke gedachten, vooroordelen, herinneringen en dergelijke.
Fotografie strookt evenmin met dit beoogde doel.

Tekst invoeren

Steelt fotografie soms de ziel - althans, in Jain ogen? Op zich kan dit denkbeeld niet ouder zijn dan de fotografie zelf - en is wellicht aanzienlijk jonger.
Wie weet was essayiste Susan Sontag hier in 1973 verantwoordelijk voor. Uitgerekend deze week lees ik hierover een bijdrage in de Kathmandu Post. Sontag had de stelling geponeerd dat het fotograferen van mensen inherent een agressieve handeling is: je verandert de anderen in objecten opdat je ze dan symbolisch kunt bezitten. En daarmee was de jeugdige journalist het helemaal eens.

Hier in Rajasthan lijkt religieuze beleving vooral te worden geassocieerd met ogen.
Zien èn gezien worden.
Er zijn kleine edelsmederijen waar je setjes van drie ogen kunt kopen, scherp geëmailleerd op koperen plaatjes



Ze herinneren aan een toespraak die J. Krishnamurti ooit in Bombay hield:
‘Installeer een stuk hout op een speciale plek, breng er elke dag een verse bloem en herhaal dezelfde woordjes. Om, Amen, Coca-Cola, maakt niet uit. Hou dit een maand vol en je zult merken dat het stuk hout bijzonder voor je is geworden. Je hebt je vereenzelvigd met hetgeen je erop projecteerde.
Alle goden, ook die Ene, Brahma of God de Vader, zijn door mensen bedacht en tot godsdiensten uitgedacht. Zij hebben óns niet gemaakt, wij hebben hun gemaakt. Wàs het maar andersom, dan zag de wereld er vast beter uit.’





Toch vind ik juist die ‘volksreligie’ een van de leukere, kleurrijke, creatieve, religieuze uitingen.
Of de vorm nu met zilver papier werd bekleed of uitbundig beschilderd… twee of drie ogen erop .. en je wordt gezien!



Het kan ook tot grappige gesprekken leiden.



- 'U zegt dat dit Ganesh is, maar hoe zou ik hem nog kunnen herkennen dan?
‘Dit is helemaal geen Ganesh,’ roept een omstander, ‘het is Hanuman!’
‘Nee, nee, het is wel degelijk Ganesh,’ zegt z’n vrouw.
- 'Maar… dan zou ik toch een slurf moeten zien…?'
‘Nou ja, kijk, hier met een beetje fantasie… en daar z’n buikje.'
‘Nergens voor nodig!’roept een wat oudere dame beslist, ‘het beeld zit bij de ingang van het huis, dus was het als een Ganesh zijn bedoeld.’
- ‘Niet het beeld maar de plek bepaalt wie het is?’ vraag ik.
‘Ja,’ stemt haar man nadenkend in, ‘daar heeft m’n vrouw weer ’ns helemaal gelijk in.’

India kent een bevlogen religieuze vormenrijkdom.
Wat mij betreft behoort dit tot een van de meest fascinerende en kleurrijke charmes van het subcontinent.
Maar heel wat ‘moderne’ Indiërs zien dat anders. In de media hekelen ze het oude culturele erfgoed vanwege het hoge ‘Bollywoodgehalte’.
Vooral de Gopuram beelden moeten het ontgelden. Vrolijk gekleurd zitten ze al eeuwen op de tempeldaken in de zon.
Maar de Indiër 2.0 ziet ze het liefst van overheidswege verwijderd.


Wat Rajasthan betreft kan hij gerust zijn. De oude forten en paleizen zijn groots en wijds, de tempels klein en dicht bijeen.
De wereldlijke macht overheerst hier al eeuwen de volkse religie van degenen die het vele slavenwerk deden om die forten en paleizen te bouwen - en immer nog onderhouden.



Alsof de groteske forten en paleizren op zichzelf niet luid en opzichtig waren...
Mede daarom zijn de oude binnensteden me liever dan al die zielloze forten en paleizen.



PS
Waarom toch al dat blauw?
Het is de huidskleur van Krishna, vertellen sommige Rajasthani.



Tekst invoeren
Maar wacht even, werden boerderijen in Nederland soms niet eveneens blauw geverfd tegen de vele mestvliegen?
'Men ontdekte vroeger dat de termieten werden verjaagd door koperzout verbindingen.
Deze werden in lage concentraties aan de kalkwas toegevoegd.’
‘Onder bepaalde omstandigheden vormen koperoplossingen blauwe verbindingen, wat duidelijk te zien is in de materialen die worden gebruikt voor de buitenkant van huizen in Jodhpur.’ - Internet

Omwille van een theorie leek Sontag niet te willen inzien dat taal, schrift en beeld samenvallen - ze vormen het gereedschap van communicatie. Of had u liever beschrijvingen gelezen van de bijgaande foto’s gelezen?
Haar thesis is niet door het digitale tijdperk achterhaald, de stelling is nooit waar geweest.
Zoals m’n favoriete fotograaf Salgado het stelde: een foto valt of staat bij de intentie van de maker.
Als met alles, ja.