BLOG Nederlands


Laagje voor laagje voor laagje...

Oester + parel


- Het zou me niet verbazen als uw familienaam Perelman is, grapte ik tijdens een van haar bezoeken.†

‘Nee, maar ik woon wel in Zuid,’ schoot ze terug. Op haar getekende gezicht brak een glimlach door.†

Om het half jaar kwam ze een parelsnoer kopen.†


Tiara Keizerin Eugťnie 1853

Tiara, keizerin Eugťnie 1853, Frankrijk.

‘Ik zeg het nog maar eens: zÚnder zo’n magnetisch slotje.’ Een van haar hartspecialisten had haar ooit verteld dat geÔmplanteerde stents door het magnetische veld konden verschuiven.


Parels vitrine kopie

Tijdens het passen voor de spiegel vond steeds een lichte metamorfose plaats: haar schouders ontspanden alsof er allerlei oud zeer afgleed, ze kreeg iets jeugdigs over zich.†

Na een paar aankopen duidden wij haar onderling aan met ‘het parelmeisje’.


Kashba vitrine.

Coco Chanel

Op een dag versprak ik me echter. Argwanend keek ze op, maar zei toen met dezelfde zachte stem als altijd: ‘Ja, dat is goed, noem me maar zo.’ Haar eigenlijke naam hield ze liever achter, kennelijk.

Zodra ze na de oorlog het zich kon permitteren, vertelde ze op een keer, kocht ze haar eerste parelsnoertje. Als de zaak van haar en haar man een goed jaar had gekend, liep ze steevast langs een juwelier. ‘Ook wel ’ns als we geen goed jaar hadden gehad, hoor.’

En terwijl ze haar jas weer aantrok: ’Soms juist.’

Coco Chanel

Waarom ťťn streng, opperde Coco Chanel in die tijd, als je er twee kunt dragen.


- Dat zal dan inmiddels een aardige collectie zijn, veronderstelde ik.

Even stokte haar beweging en reageerde ze op nogal dwarse toon: ’Ja… en ik heb geen idee of zijn twee nichtjes van parels houden.’†


etalage parels

Bij een eerder bezoek had ik haar verteld hoe er soms ‘dames uit Zuid’ de winkel binnenstapten, type schmerz in nertz. Ze liepen meestal recht op me af en staken meteen van wal: ‘Die parels daar in de etalage, die kýnnen niet echt zijn!’

- Het zijn zoetwater parels uit China en…

‘Ja, precies, geen Ťchte.

- Het duurt minimaal zo’n twee jaar om ze te kweken.

‘Dat zeg ik. Gťťn natuurlijke, wilde parels.

Kashba etalage

Parelvissers tekening kopie

- Wilde? Naar wilde parels wordt nauwelijks nog gedoken sinds de Japanner Minimoto het kweekproces uitvond.

‘Tuurlijk wel, ik heb er meerdere snoeren van!’

- Die zullen dan van vůůr 1893 zijn.

‘Onzin. Ik heb ze niet geŽrfd. Parels liggen daarginder gewoon in zee.†

- Zoetwater parels worden in open rivierwater gekweekt.

‘Welnee, die parelvissers moeten de zee op. Ze moeten er natuurlijk wel wŗt voor doen. Maar met een beetje geluk hebben ze er een of twee te pakken.’


- En met een beetje pech worden ze daar op den duur doof, blind en impotent van.†


Parelvissers

Dat laatste woordje was plagerij, serieuze uitleg was immers vergeefs.†

In het verleden waren parelvissers misschien wel vaker vrouwen dan mannen.†Het kweken, selecteren, knopen, het wordt nog steeds allemaal door vrouwenhanden gedaan.

Oesters en mossels hebben al eeuwen een sensuele associatie, wellicht mede dankzij een ingekapselde zandkorreltje dat veranderde in een iriserend wondertje: een parel.

Vrouwelijke parelduikers, Japan

Ene Jeffrey Miller bedacht het credo ‘No irritation, no pearl’ en bouwde er een ‘tantrische doctrine’ omheen: The Pearl Principle. Na de komst van de me-too beweging kreeg hij meerdere beschuldigingen en processen aan z’n broek.


Consuela Vanderbilt 1906

Parels behoren al eeuwen tot koninklijke aankleding. Dat is misschien wat minder geworden sinds politica's als Margaret Thatcher en Hillary Clinton het parelcollier tot uniforme uitrusting maakten.†


‘Ik weet niet wat er met die oude, wilde parels van de Oranjes is gebeurd,’ vertelde een oud politica me eens, ‘maar toen ik tijdens een diner tegenover Beatrix kwam te zitten, kon ik m’n ogen niet geloven. Om haar hals leek een snoer kiezelsteentjes te hangen. Elke glans of schittering ontbrak.’

Consuela Vanderbilt 1906


Op zich niet zo verwonderlijk. Parels ontstaan onder water en bestaan grotendeels uit kalk. Achteloos-rijke families kwamen er soms te laat achter dat parels niet tegen langdurige opslag in kluizen zijn bestand. Door uitdroging valt het kalk uit elkaar. Maar na de vijftiger jaren hielpen met name parfum, haarlak en andere cosmetica het zogeheten lustre om zeep.


Mrs. George Gould, 1910

In het begin liet ik de ‘dames uit zuid’ nog met voorbeelden zien hoe zoetwater parels worden gekweekt. Dat er zo’n zeven irriterende bolletjes worden ingebracht en dat die pas na zo’n twee jaar enige glans hebben – zelfs de kleinste.

Maar het interesseerde hun niet of nauwelijks. Zodra ze begrepen dat de parels wel degelijk echt waren, beenden ze boos de deur uit.†

Het duurde een tijdje eer ik vermoedde waarom. Hun kapitaal, vergaard tijdens een of meerdere huwelijken, was in hun ogen plotseling enorm gedevalueerd.

‘Als er erfenissen te verdelen zijn,’ schijnt de misogyne pessimist Schopenhauer (1788-1860) te hebben gezegd, ‘veranderen vrouwen in hyena’s.’ † † † †Mrs. George Gould, 1910, New York.

Nogal wiedes. In zijn tijd bleven de meeste vrouwen dan achter met kinderen maar zonder kostverdiener. Wellicht is het hebben van onderpand soms nog steeds een zinvolle overlevingsstrategie.


Mughal prince pearls

Bij het parelmeisje lag het verleden in heel andere herinneringen om haar hals geregen. De oorlog had haar voortijdig en acuut tot zelfstandigheid gedwongen.†

Ze leerde op meedogenloze wijze dat ze haar eigen zaken diende te behartigen. Alsmede dat prijzen even tijdelijk zijn als het leven zelf.†

Misschien zag ze in de zeventiger jaren wel een van die zwijmelfilms van Elvis Presley in de bioscoop, waarin hij tot z’n geliefde zingt: ‘A poor man wants the oyster, a rich man wants the pearl.’†

Is de honger gestild, dan wil men de parel.

Mughal prins,††parelsnoeren, India.

Op een dag realiseerde ik me ineens dat ze al langer dan een half jaar niet meer was geweest, al bijna een jaar, en stak een wierookje voor haar af.


Lama topi

Nu, jaren later, vinden jonge vrouwen – waaronder wellicht ‘zijn nichtjes’ – parels niet langer ‘ouderwets' of ‘iets van oma’.†

Zelfs jongemannen dragen ze.†Het begon in de media met foto’s of video’s waarin gespierde, al dan niet getatoeŽerde mannenlijven achteloos een enkele grote parel hadden bungelen in hun gezwollen decolletť. Als een toefje slagroom parelde de hanger achteloos tussen het bonkig testosteron.†Ze kamen er kennelijk mee weg.

Hoofddeksel van parels en turkooizen, Tibet.

Rana of Dolpur, 1900

Daarop droegen sommige, minder potige jongemannen een heel snoertje maar bleven zich er wel opvallend zelfverzekerd bij gedragen – iemand mocht eens hun heteroseksualiteit betwijfelen.

Na de gespierde bluf waagden jongemannen zich met een zorgvuldig getrimde Van Dyke, Goatee of Chin-strap aan de parels. Eenmaal in de mode, begonnen ook de wat oudere jongeren zich er mee te sieren om trendy te blijven.†

Soms was dat even schrikken maar het was altijd nog minder erg dan een omgekeerd baseball petje, bijvoorbeeld.

Rana of Dolpur, 1900, India.

Burma pearls

Na lang aarzelen kocht gisteren een slanke jongeman een wit Ťn een zwart snoertje. ‘Ik heb al twee lange kettingen van m’n moeder, maar tot voor kort durfde ik ze nauwelijks te dragen.’

- Tja, de wereld verandert bijna per dag. Nog geen jaar terug kon je erom op straat in elkaar worden geslagen.

‘En dat hoeft je maar ťťn keer te overkomen.’ reageerde hij plots heel serieus, zelfs wat gepijnigd door de herinnering. Laagje voor laagje toedekken, dat is wat een parel verzinnebeeldt. Troost.†

Jong en uitdagend als hij is, vervolgt hij meteen daarop weer monter met: ‘Maar nu ze het zŤlf dragen.. vallen ze niemand meer aan.. hoop ik.’

Mannen met baarden en parels vallen niet aan, voeren geen oorlog?†

Ik help het hem hopen.

Een optimist, luidt een oude grap, is een man die een dozijn oesters bestelt in de hoop ze te kunnen betalen met de parel die hij erin zal vinden.

Burma / Myanmar

Maharaja Venkat Singh

Maharaja Venkat Singh, 19de eeuw, India.


Blog-inhoud

Home



‘Kom maar halen’ ?

aankondiging


Andermans erfgoed 5

Teruggave van gestolen, geroofd of geplunderd erfgoed is een vanzelfsprekendheid.†

Toch ligt daar vaak meteen al een onoverkomelijk probleem: teruggeven aan wie?

Twee voorbeelden.

Benin Bronze  2


De Benin Bronzen

Het Britse leger viel in 1896 het kleine, eeuwenoude Benin rijk aan. Omdat de vorst z’n lucratieve handelspositie niet wilde afstaan, moordden ze de koningsstad uit.

Tot de verbazing van de manschappen telde het paleiselijk centrum van de stad duizenden antieke plaquettes en beelden. Het merendeel ervan werd vanaf de dertiende eeuw door Edo stammen volgens de verloren-was techniek met messing gecreŽerd.


Benin Bronze head (1)

De soldaten plunderden het paleis om het antiek bij thuiskomst te verkopen. Admiraal Henry Rawson, captain George Le Clerc Egerton, captain Charles Campbell, de voornaamste zeventien plunderaars ‘of the dark heritage’ staan beschreven in het boek ‘The Brutish Museums’. Summier beschreven, want prof. Dan Hicks wil niet bijdragen aan ‘ruin porn’: de heldhaftige verslagen waarmee het leger de publieke verontwaardiging van meet af aan probeerde te overstemmen.

Nog steeds maken deze verhalen over de Britse dapperheid tegen boswildenslechts heel geleidelijk plaats voor de werkelijke toedracht van de koloniaal †geweld en expansie. Afgelopen juli las ik in The British Museum de volgende tekst naast The Benin Bronzes:


Soldiers loot

‘Veel van de messing voorwerpen uit Benin-Stad vielen in handen van de troepen en andere werden in het buitenland verkocht om de kosten van de expeditie te dekken en de slachtoffers schadeloos te stellen.’

De militaire slachtoffers, welteverstaan.†

Zo accuraat als ‘bronze’ hier is gecorrigeerd in messing, zo bedrieglijk en eufemistisch is de rest van de zin.




Benin Bronze 4 kopie

Bamiyan boeddha Pakistan

Tegenwoordig vormt Benin een van de ‘traditional states’ zonder enige politieke macht binnen Nigeria. Europese musea aarzelen hun Benin Bronzen terug te geven aan een overwegend islamitische staat – of grijpen het aan als excuus.†

Feit is wel dat de islam tegenwoordig weinig heil lijkt te zien in het beschermen van niet-islamitisch erfgoed, met name beeltenissen. Denk aan het beschadigen of zelfs opblazen van eeuwenoude boeddhistische beelden in Pakistan.

Vanaf de achtste eeuw is het afbeelden van mensen en dieren in de islam verboden.

Bamiyam, Pakistan

Tibetaans erfgoed

Tibetaanse soldaat

Ander voorbeeld. In 1903-04 trok de Britse Younghusband-expeditie naar Lhasa om betere handelscontracten en landsgrenzen af te dwingen.

In tegenstelling tot de Tibetanen waren de Britten goed bewapend en schoten in totaal zo’n vijf duizend mensen dood om hun doelen te bereiken.†

Weinig weerhield de Britse militairen ervan om kloosters binnen te dringen en te graaien.



Younghusband team

In de jaren zeventig waren er antiquairs die – met de militaire namenlijst in de hand – aanbelden bij de nabestaanden met de vraag of opa misschien nog een leuk souveniertje uit Tibet had meegenomen waar ze vanaf wilden. Veel van dit antiek werd - al dan niet via omwegen - door musea aangekocht toentertijd.



Tibet afbraak

Nog geen vijftig jaar na de Britse strafexpeditie annexeerde communistisch China in 1959 de Tibetaanse hoogvlakte.†

Met Mao’s rode boekje in de hand en de leuze ‘religie is opium voor het volk’ in het voorhoofd, doodden of vernederden de opgezweepte jongelieden van de Rode Garde vele monniken en bliezen vervolgens hun klooster domweg op met dynamiet.

Echter niet voordat hun legerleiding het betere antiek eruit had gehaald om in Hongkong te verkopen tegen de broodnodige internationale valuta voor Mao’s regiem.

Ergens eind vorige eeuw verklaarde de communistische partij in Beijing de Tibetaanse cultuur tot onderdeel van de Chinese beschaving. Naar verluidt is de vrouw van president Xi Jinping op haar oudere dag toegewijd aan het boeddhisme.

Maar welk westers museum zou het Tibetaans erfgoed aan China willen toevertrouwen?

Vlucht Tibet 1959 vlucht dalai lama – Versie 2

De vlucht van de Dalai Lama in 1959

Kortom, de stelling ’gestolen en dus terug’ is uiteraard volkomen terecht, maar lang niet altijd eenvoudig uitvoerbaar. Zeker niet als je respect voor de – vaak spirituele – kunstvoorwerpen zelf laat meewegen.

The Brutish Museums kopie

(Hicks’ kreet ‘kom maar halen!’ is stellig chargerend bedoeld, ofschoon een Nigeriaan het in het Louvre toepaste onder het mom ‘het is van ons’ – en werd gearresteerd.)

†Natuurlijk kun je stellen dat het bevoogdend is om de nazaten van de oorspronkelijke cultuur bij teruggave voorwaarden op te leggen. Dat ze zelf moeten kunnen bepalen wat ze ermee doen – ook al verkopen ze het door of slaan ze het kapot.

Maar wat als het land of de cultuur bedreigd wordt door anderen? Chinees antiek terug naar Taiwan? Moet het inmiddels zo geheten ‘Krim-goud’ naar Rusland, OekraÔne of kan het voorlopig maar beter in de kluizen van het Allard Pierson museum blijven liggen?


schilderij

Kun je stellen dat de tot inkeer gekomen dieven en helers met hun illegaal verworven bezit zich toch ook een zekere verantwoordelijkheid op de hals haalden? Musea en verzamelaars zijn uiteindelijk weinig meer dan tijdelijke zorgdragers.

‘Hoe kunnen we de omvang van wat er is aangericht bij elkaar brengen en er rekenschap van afleggen?’ vraagt Hicks zich af.

‘Niet dat het geweld en verlies teniet kan worden gedaan, maar opdat het ding zelf weer in beeld kan komen – buiten de blik en schaduw van het museum als dief.


Avalokiteshvara – 2

†Victor & Albert Museum

Modern slaves

Het is wellicht wat boud om hardop te beweren, maar teruggave van erfgoed heeft met het slavernij-verleden gemeen dat het de meeste mensen geen donder kan schelen.


tralies 2

Men maakt zich immers niet of nauwelijks druk over de huidige (loon)slavernij in AziŽ en Afrika – zelfs niet in de betreffende ‘slachtoffer-landen’ zŤlf – ook al vallen er doden bij.

Idem dito: wat heeft teruggave van erfgoed voor zin als roof gewoon doorgaat?†

Mocht dit met de jaren iets minder zijn geworden, dan komt het doordat er minder topstukken nog te roven zijn.†


Tralies boven tempelingang, Nepal.

Tralies 1

Gekooide goden, Nepal.

Of doordat ze beter worden beschermd in musea, kerken, tempels, dorpshuizen, bibliotheken. Of doordat het buiten de reguliere media blijft, zoals het terug stelen van antiek in opdracht van Chinese oligarchen†(zie Weerloos Erfgoed).

Top artists

Hoe komt een verandering in mentaliteit tot stand als niemand er oren naar heeft? Geld en gewin blijft uiteindelijk wereldwijd de voornaamste motivatie en niet zelden gepaard aan grof geweld.

Met een ‘topprijs’ veroordeelt de financiŽle markt een kunstwerk tot ‘topstuk’. Visie of vakmanschap bepalen hoogstens de waarde, niet de prijs.†

Kwaliteit doet er slechts beperkt toe, omdat deze niet goed meetbaar is, dwz niet uit te drukken in een cijfer of code.†

Het houvast is:†naam, naam, label, label, merk, merk, uniciteit.

art and wealth

Hoeveel geld er in de wereldwijde kunstmark omgaat, valt moeilijk te becijferen – nog afgezien van wat er allemaal onder ‘kunst’ en ‘erfgoed’ wordt verstaan.

Volgens de econome Clare McAndrew, die met haar team jaarlijks een kwantitatieve studie publiceert over de markt voor beeldende kunst, lag de globale omzet in de afgelopen jaren gemiddeld rond de $ 60 miljard per jaar.’

‘Markttransparantie vormt een belemmering in het veld: handelaars houden de details van verkopen privť, galeries maken de prijzen van kunstwerken niet openbaar en informatie over kopers wordt niet bekendgemaakt.’ - ‘Dirty money, pretty art’ - Christoph Rausch e.a.


historical time table Versie 2 – Versie 3

Historisch tijdsoverzicht in de Victor & Albert Museum


Men noemt het wel ‘de wegwuif-cultuur van de kunsthandel’. De financiŽle omvang wordt wellicht iets meer zichtbaar via een afgeleide ervan:

corruptie

‘Op basis van bestaand onderzoek en interviews met de verstrekkers van kunstfinanciering schatten wij de waarde van de leningen die aan verzamelaars en particulieren worden verstrekt, op18 ŗ 20 miljard dollar.’ - Artbasel


Om kunstwerken als onderpand te accepteren, willen banken de kunstwereld zoveel mogelijk gestandaardiseerd hebben. Niet echt anders dan bij edelstenen, waarbij niet de unieke intrinsieke biotoop telt maar de standaard kwalificaties in helderheid en kleur.

Salvatore

Om de prijs van een kunstwerk vast te stellen, zijn musea de voornaamste taxateurs.†De recente aankoop door het Rijksmuseum van De Vaandeldrager (1636) bevestigt en standaardiseert de hoge prijs voor ‘een Rembrandt’ – waarmee het Rijks haar toekomstige aankopen nog duurder of zelfs onmogelijk maakte.

Salvatore - naar DV


’In zekere zin is de anonimiteit van veel oude kunst haar redding om als asset (beleenbaar activum) buiten de kapitaalwereld te blijven.†

De Savator Mundi zou geen $†450 miljoen opbrengen als het niet kon worden toegeschreven aan Leonardo da Vinci.’ - Dirty money, pretty art.


Een groot en bepalend verschil op de wereldwijde kunstmarkt is dat Europese musea doorgaans staatseigendom zijn en de doorgaans kapitaalkrachtigere musea in de Verenigde Staten en China juist niet.


Rock crystal head

Typerend voor de museummentaliteit aldaar zijn wellicht de You-Tube interviews met Pradipaditya Pal als curator van het Los Angelos County Museum. Vanaf de zestiger jaren tot enige jaren terug verwierf hij de grootste museale collectie Nepalese oudheden.†

Kort samengevat luiden zijn antwoorden:

‘Je bouwt een collectie op door te kopen wat beschikbaar is. Voor de aankoop hoef ik slechts met donateurs te overleggen. Wij hebben ondanks de omvang van onze collectie nog een aantal lacunes. Maar dat betekent niet dat ik ga rondbazuinen: “Hť, ik wil dit of dat ding." Als er toevallig iets op de markt komt, en we denken dat het relatief schoon is, en we kunnen het ons veroorloven, dan kopen we het.’

Pradipaditya Pal vertelt er niet bij dat hij een van de allereersten was die met precies dat doel eind vijftiger jaren – toen Nepal voor het eerst haar grenzen opstelde – meteen de Kathmandu Vallei bezocht ‘om de bijzonderste, oudste beelden te fotograferen’.


Tralies Mala statue behind bars nepal

Een Nepalees verslag (helaas niet terug te vinden) opperde een aantal jaren terug dat de eerste onderzoekers – voorzien van een voor die tijd zeer ruime toelage van bijvoorbeeld The Smithsonian Museum – dikwijls ook de eerste dieven waren.

Hoe schaamteloos moet een wetenschapper zijn, was de onderliggende strekking, om nu te beweren dat een schildering of beeld dat eeuwenlang werd geŽerd en gekoesterd net op tijd van de ondergang werd gered? † † † † † ††Gekooide beelden, Nepal.

Cartoon kolonialisme

Honger is acuut, armoede heeft weinig keuze. Het verweer ‘we hebben voor de voorwerpen betaald’, klinkt een beetje als ‘we hebben er toch ook goeie dingen gedaan.’

Sinds de Me Too-beweging is het wat algemener bekend hoe machtsongelijkheid – het overwicht van geld en status – de zaken naar believen kan afdwingen zonder er veel woorden of handen vuil aan te hoeven maken. ‘Ze hebben het zelf aan me verkocht.’


koloniale tijd

Wat betreft de gelovige dief of verkoper in de vijftiger jaren, gaat de oude grap op over een wanhopige Indiase boer.

De regen blijft uit, z’n oogst mislukt. Elke ochtend zit hij voor z’n huis te piekeren hoe hij aan eten moet komen, want zijn kinderen lijden honger.

Eveneens zoekend naar eten, scharrelt er elke dag een heilige koe voorbij. Als op een ochtend binnenshuis het gezin luid kermt terwijl de koe passeert, springt de boer op en schreeuwt naar binnen: ‘Vrouw! Vlug! Geef me het grote mes! Een ezel!’

Geef er een andere naam aan en je kunt weer verder – in psychotherapie maakt men er regelmatig gebruik van.


Egypte hal

†The British Museum

In The Economic Times verklaarde Ingrid van Engelshoven als minister van cultuur:†

’In de Nederlandse rijkscollectie is geen plaats voor cultureel erfgoed dat door diefstal werd verworven.’ Met het notitieblok in de hand zou een beetje journalist reageren: ‘Definieer diefstal.’

‘Het Nederlands Nationaal Museum van Wereldculturen is begonnen met een project van 5,5 miljoen dollar om haar gehele collectie door te lichten, geroofde voorwerpen te identificeren en aan te bevelen wat er met deze voorwerpen moet gebeuren.’ – Rijksvoorlichtingsdienst.

Vijf en half miljoen om te zien wat we terug zouden kunnen geven…


British museum

The British Museum

Dat de mensheid zichzelf slecht vertrouwt, blijkt wel uit het het feit dat men voor een oplossing voornamelijk investeert in technologische blockchain systemen.

Met oplopende ergernis worstelde ik me door een duur en dik ‘advies’ voor ‘kunst als belegging’ van een grote vermogensbeheerder voor met name welgestelde families.†

’Waar komt de data vandaan en kunnen we er op vertrouwen?’†

Knikkerspel

Pas aan het eind ervan werd duidelijk dat bij de geroemde, wereldwijde tracking systemen alles staat of valt met wat de eerste deelnemer op de computer invoert.

Oftewel: garbage in, garbage out.



Benin Bronze

‘Vanwege hun grote financiŽle waarde op de kunstmarkt,’ schrijft de Volkskrant 8 augustus ’22, ‘zijn Benin-bronzen de afgelopen jaren uitgegroeid tot een toetssteen voor de bereidheid van westerse musea om in het koloniale tijdperk geroofd Afrikaanse erfgoed terug te geven.’

De clou ontgaat me. Is de prijs te hoog om de beelden nog langer in bezit te houden? WŤlke ‘financiŽle marktwaarde’ als het leeuwendeel in museumbezit is?

Bovendien, Afrikaans of Aziatisch erfgoed is niet de werkelijke ‘toetssteen’ in de westerse museumwereld.†

De steen des aanstoots is al vele decennia het geroofde marmer uit de Acropolis in Athene, ‘dŤ culturele bakermat’.


Elgin Marbles 1

De Elgin Marbles in The British Museum

Na de roof in 1815 door Thomas Bruce – de zevende graaf van Elgin – en de aankomst in Londen werden de ‘Elgin Marbles’ uitbundig ontvangen. De roof werd zelfs bewierookt door vooraanstaande schrijvers als Keats en Goethe.

Alleen het volk - dat ondanks alle koloniale rijkdommen een gerede honger kende - sprak er schande van. Dat de regering zoveel geld aan een zooitje ‘stones’ besteedde!


Cartoon marbles - stones


Op 4 nov 2019 meldde The Guardian dat externe gidsen regelmatig een ‘stolen goods tour’ door The British Museum organiseerden.† De ‘woordvoerster van het museum’ hield vol dat de van oorsprong Griekse Elgin-marbles ‘legaal waren verworven’ met ‘goedkeuring van de Ottomaanse autoriteiten van die tijd’.


elgin marbles 3

De Elgin Marbles in The British Museum

Geoffrey Robertson QC, een vooraanstaande mensenrechtenadvocaat die van regeringswege de opdracht kreeg voor nader onderzoek, zei op 4 nov 2019 tegen The Guardian: ‘De beheerders van het British Museum zijn 's werelds grootste ontvangers van gestolen goederen, en het overgrote deel van hun buit is niet eens te bezichtigen.’


elgin marbles  6

Toen zijn boek uitkwam zei hij in Artnews†echter: ‘De bronzen beelden van Benin zijn kunst die belangrijk is voor Afrika, maar niet voor de wereld op de manier waarop de Elgin Marbles internationale weerklank hebben.’


In zijn boek voegde Robertson er nog aan toe dat teruggave van de Elgin Marbles nieuwe claims zou kunnen aanmoedigen, ‘hoewel - omdat de Marbles uniek zijn - niet noodzakelijk succesvolle’.


Dan Hicks is duidelijker: ’De geplunderde voorwerpen zijn onlosmakelijk verbonden met het imperialisme. Hun voortdurende aanwezigheid in musea in Groot-BrittanniŽ is een voortzetting van dat geweld.’


Ter illustratie van dat geweld geeft Hicks een lange lijst van ‘small wars’ tijdens de Britse ‘industriŽle oorlogsvoering’ om hun ‘empire where the sun never sets’ te behouden en te exploiteren. Tezamen vormen ze volgens hem ‘World War Zero’.

(Onderaan citeer ik de lijst omdat deze aansluit bij het bekendere overzicht van de 200 jaar oorlog die de VS tot nu toe voeren en die wel ‘de derde wereldoorlog’ wordt genoemd.)

Misschien valt Hicks’ imperialism†nader aan te duiden met corporate colonialism. Of beter nog met the international world of finances, want het vele geld dat ‘op zoek naar winst als kwikzilver over deze aardkloot klotst’ kent al lang geen aanwijsbare oorsprong of thuisland meer.


elgin marbles 8

De Elgin Marbles in The British Museum

Ik kan geen reden bedenken waarom uitgerekend deze twee collecties – de Elgin Marbles en de Benin Bronzes – zo vaak tezamen worden genoemd. Behalve dan dat beide worden tentoongesteld in hetzelfde British Museum. Nergens las ik echter hoe plastisch de eurocentrische suprematie daar ter plekke wordt geŽtaleerd.

- De Elgin Marbles staan of hangen prominent in grootse, wijdse zalen met m.i. een teveel aan licht – ze zijn al wit.

- De Benin Bronzen liggen in een kleine benedenzaal waar de verlichting zo minimaal is dat je vreest dat men ‘donker Afrika’ wil uitbeelden.†


Dark Africa

Gezien bovenstaande foto’s moge duidelijk zijn dat het niet aan mijn camera of kunne ligt.


Het voornaamste ‘excuus’ om de geplunderde koloniale schatten te behouden - zonder dat overigens zo te benoemen - is dat de collecties educatief zijn. Het schijnt tegenwoordig hŤt sleutelwoord te zijn om subsidies te verkrijgen.

Gezien alle vliegreizen, tv-media, internet-mogelijkheden lijkt me het me een zelfde soort discussie als het wel of niet onderhouden van dierentuinen.


Vrouw tekent

Vircore & Albert Museum

In musea lijken bezoekers te veronderstellen dat een ontbrekende arm, hoofd of voet schade is die onverhoopt met het verstrijken van de tijd is ontstaan. Heel vaak echter – en al sinds heel lang – ontstond de schade doordat dieven en plunderaars overhaast te werk moesten gaan.

elgin marbles langwerpig

De Elgin Marbles in The British Museum

De Elgin Marbles ondergingen aardbevingen, oorlogen, ruwe verwijdering en onderweg naar Londen zelfs nog schipbreuk. Naar mijn beleving stonden de kolossale marmeren brokstukken in de kale zalen van The British Museum vooral kapot te wezen.

Hoe anders zou de ervaring zijn als ze zich op hun oorspronkelijke plek bevonden: zo was het hier ooit.

elgin marbles 7

De Elgin Marbles in The British Museum

Een van de beste maar helaas zelden genoemde redenen voor teruggave is dat het betreffende erfgoed in z’n oorspronkelijke omgeving vanzelf meer betekenis en schoonheid heeft. Dergelijke meerwaarde in belevenis heeft zowaar zelfs een eigen naam: context.

Parthenon

Parthenon, Acropolis, Athene.

Als zo vaak overheerst echter de politieke context. President Macron vond het recentelijk opportuun om in een speech te zeggen dat ‘het Afrikaanse culturele erfgoed niet langer een gevangene van Europese musea mag blijven’.

Tijdens een bezoek aan het Acropolis Museum waren de Griekse president Prokopis Pavlopoulos en de Chinese president Xi Jinping het helemaal met elkaar eens dat ‘de geroofde† Parthenon Elgin Marbles niet in The British Museum thuishoren.’


elgin marbles toeristen

‘U zult niet alleen mijn steun hebben,’ zei Xi, ‘we moeten ook samenwerken. Veel van onze eigen relics bevinden zich eveneens illegaal in het buitenland en moeten zo snel mogelijk terug naar hun thuisland.CNN style

Het was allemaal ‘against every sense of culture’, vond de tiende Chinese voorzitter/president sinds de barbaarse culturele revolutie in eigen land.

The British Museum

Elgin Marbles 2

De Elgin Marbles in The British Museum

De†controverse omtrent de Elgin Marbles duurt inmiddels zo lang dat het meer dan genant wordt. Aldoor nog is zo’n 40% van de Britten tegen teruggave.

Op z’n blog grapte schrijver en komiek Stephen Fry laatst: It’s time we lost our marbles.’


Tara + museum

The British Museum


Een journalist van de Nepali Times beschreef een paar jaar terug hoe hij een geroofd Laxmi beeld aantrof in een museum in de Verenigde Staten.

‘Van een straatnisje, smoezelig dankzij olielampjes en wierook, was zij terecht gekomen in een galmende, klinische ruimte die het midden hield tussen een leeg zwembad en een decor voor American Psycho. Onze godin van liefde en licht had niet verder van huis kunnen zijn.’


Avalokiteshvara museum

Erfgoed 3 - 4

Inhoud Blog

Home†

PS: Uit The Brutish Museum

'Op woensdag 23 september 1896 werd koningin Victoria de langst regerende monarch in de Engelse geschiedenis. Het Victoriaanse tijdperk was ťťn en al vrede,’ schreef de Western Gazette in die tijd.†

‘Small wars’†- ook wel 'Little wars’†genoemd - telden kennelijk niet mee.


VS list after WO2 kopie 2

- Afghan war 1838-40,

- first Chinese war 1841

- Sikh war 1845-46

- Kaffir war 1846

- second war with China1849,

- second Afghan war 1849,

- second Sikh war 1848-49,

- Burmese war 1850,

- second Kaffir war 1851-52,

- second Burmese war 1852-5

- Crimea 1854,

-† third war with China 1856-58,

- Indian Mutiny 1857,

- Maori war 1860-61,

VS list after WO2 kopie 3

- more wars with China 1860 and 1862,

- second Maori war 1863-65,

- Ashantee war 1864

-† war in Bhootan 1804,

- Abyssinian war 1867-8,

- war with the Bazotees 1868,

- third Maori war 1868-9,

- war with the Looshais 1871,

- second Ashantee war 1873-4’

- third Kaffir war 1877,

- Zulu war 1878-79,

- third Afghan war 1878-80,

- war in Basutoland 1879-81,

- Transvaal war, 1879-81,

- Egyptian war 1882,

- Soudan 1885-85-89,

- third Burma war 1885-92,

- Zanzibar 1890,

- India 1890,

- Matabele wars 1894 and 1896,

- Chitral campaign 1895,

- third Ashantee campaign 1895,

- second Soudan campaign 1896



women monument

Ondanks alles een aandoenlijk museum

Andermans Erfgoed 4


Aankondiging


the great Debat

In 1860 bepaalde Pitt Rivers, de oprichter met een vette erfenis van een verre oom, dat in zijn museum de voorwerpen niet naar herkomst getoond zouden worden maar naar gebruik. †

‘Het is immers de geest achter al deze uiterlijke symbolen en artefacten die we bestuderen.’

Het was de tijd dat vele welgestelde heren uit de Europese elite op zoek waren naar een bezigheid die hun een aanzien zou verschaffen als bijvoorbeeld Charles Darwin met de lancering van zijn evolutie-theorie in 1856.†

(zie: hiernaast en Andermans Erfgoed 2).



Bij gevolg hangt in het museum anderhalve eeuw later alles op soort, ongeacht de herkomst. Chinese neksteunen naast Afrikaanse. Balinese maskers naast Tibetaanse. Boeddha’s naast voorouderbeelden. Ierse spelletjes naast Perzische.†

Het maakt niet uit of de voorwerpen uit AziŽ, Afrika of Amerika stammen. Als de intentie erachter hetzelfde is, liggen ze bij elkaar in dezelfde vitrine.

- Dat maakt PRM tot een zeer ongewoon museum.†


Pubery Adulthood marriage death


Overal ter wereld selecteren curatoren wat er uit de collectie wordt getoond. Je kunt van nog zo ver komen, je bent afhankelijk van hun keuze uit het depot.

Ooit vloog ik naar Japan, treinde naar Kyoto, busde naar een groot, beroemd museum in de bergen met louter topstukken om er te ontdekken dat de curatoren bedacht hadden slechts een miniem aantal kunstvoorwerpen te exposeren. Slechts een of twee voorwerpen per vitrine.


Feather crowns  2


In het Pitt Rivers Museum ligt alles tezamen en tegelijk ten toon. Geen expositieruimte ter wereld is mettertijd zo tot het laatste hoekje uitgemeten. Voormalig directeur Penniman noteerde in z’n jaarverslag van 1942 dat na de binnenkomst van Orokolo maskers uit Nieuw Guinea en oorlogstooien met de adelaarsveren uit Noord-Amerika men in het museum een tijdje zijwaarts diende te lopen.†


Human form in art 2


Animal form in art


musical instruments flutes


Bells Rattles and Xylophones 2


‘De curator wordt soms bekritiseerd door mensen met "moderne" ideeŽn over museale inrichting omdat hij zoveel materiaal tegelijk in beeld brengt,’ noteert hij later in 1950. ‘Dit is met opzet. De student moet zoveel mogelijk materiaal zien, wil hij niet binnen enkele minuten weggaan met het gevoel dat hij het onderwerp beheerst en nooit meer hoeft te kijken. En de geleerde heeft veel materiaal nodig om zich een juist oordeel te vormen.’†


Drums and Voice disguisers


Medicine


surgical instruments


North American outfit

Ook z’n verre voorganger Henry Balfour

†– de eerste directeur naar wie het museum wellicht beter vernoemd had kunnen worden gezien zijn inzet –†

achtte de voorwerpen veiliger als ze in zicht bleven dan wanneer ze ongezien in depot lagen weg te kwijnen.†

Gezien de lekkages en de soms brandende zon onder het deels glazen dak in die tijd, was dat een zinnige aanpak.

Bovendien werd de collectie herhaaldelijk geplaagd door ratten, motten en ander vraatzuchtig gespuis.








wooden locks


Games puzzels and toys


Gambling games


Ook het gebouw zelf moest herhaaldelijk worden verdedigd.†

In de eerste wereldoorlog wilde de Royal Flying Corps het annexeren.†

Tijdens de tweede wereldoorlog hield directeur Penniman een ontruiming†officieel†tegen ‘om schade aan de collectie te voorkomen’, maar officieus toch vooral omdat ‘andere verzamelingen onze lege ruimte wel eens te verleidelijk zouden kunnen vinden’.

- De ontstaansgeschiedenis maakt het museum zelf tot museum.


money cord

In de vitrines zie je het gepuzzel van generaties antropologen, archeologen en etnologen – waaronder opmerkelijke vrouwen (*zie onderaan) – die met minuscuul handschrift het label zo klein mogelijk dienden te houden.†

Hoe vaak moest het opnieuw want korter en kleiner?

Het ging de vorsers en verzamelaars zo te zien zelden om de kwaliteit van het voorwerp, maar veeleer om de praktische toepassing ervan.†

Om de ontwikkeling van ‘de geest’ ofwel het menselijk brein achter het maken van vuur, spelletjes of wapens te kunnen bestuderen.


Shell game

Als kunstobject is de waarde over het algemeen matig . De artefacten zijn soms zelfs een beetje truttig (voorbeelden van brei-steekjes o.a.) – al zijn ze dat natuurlijk absoluut niet voor wie daar†juist†naar op zoek†is.


Shell Naga bracelet




resin




Met de 500.000 voorwerpen werd gebeden, gedanst, gekookt, getatoeŽerd, gespeeld. En net als bij foto’s – waar het museum een grote collectie van heeft, handig als gebruiksaanwijzing – wordt uiteindelijk alles bijzonder zo niet uniek met het verstrijken van de tijd.†

- Je zou zeggen: het is een heel aandoenlijk museum.

Zou je bijna zeggen, ja.


Treatment of the Dead

‘Pitt-Rivers meende dat materiŽle beschaving, ontwerpen en technologieŽn zich geleidelijk in de loop van de tijd evolueerden. Net als bij diersoorten. Dit wilde hij aantonen door voorwerpen van hetzelfde type – zij het uit verschillende culturen –†met elkaar te vergelijken en te zoeken naar geleidelijke verschuivingen.’

‘Deze sociale evolutietheorie werd zelfs in zijn tijd door velen met scepsis bekeken. Niettemin vinden we in het museum nog steeds de erfenis ervan terug, naast de koloniale perspectieven uit die tijd.’

‘Zo staat op vele etiketten denigrerende en racistische taal. Het feit dat het om historische voorwerpen gaat, maakt het niet minder schokkend of beledigend. Ook de interpretatie in de vitrines is soms overdreven eufemistisch wanneer het gaat over de verwoestende gevolgen van het imperium voor de volkeren die erdoor werden getroffen.’ - Vrij vertaald uit ‘A short guide', PRM, mei 2019.


Religious figures 2


Onbenoemd blijft in hoe verre de - op zichzelf museale - etiketten mettertijd werden gekuist† – want 'stigmatiserend’. In hoe verre ging het daarbij om het opschonen van het eigen geweten? Of is het juist schofferende betutteling van de ander?

Buiten voor de deur valt immers met een oogopslag af te lezen wat er dankzij de koloniale (Ťn huidige kapitalistische) roofhandel allemaal is en wordt opgebouwd aan infrastructuur, architectuur, kunst en wat al niet meer.†

Londen telt wel honderd grote, bronzen J.P. Coen-achtige beelden in afwachting van een bijl of spuitbus. Staande in het zeer multi-culti straatbeeld is het hoopgevend dat dit tot nog toe niet of nauwelijks gebeurt.


The Brutish Museums kopie

Toch is het opvallend dat de recente aanklacht ‘The Brutish Museums’ (2020) over koloniale kunstroof uitgerekend komt van een curator van het PRM.

In zijn gedetailleerde boek schrapt prof. Dan Hicks graag en met verve alle ‘excuses’ die in het verleden werden aangewend om het bezit van etnografische kunstverzamelingen te rechtvaardigen.

‘De voorwerpen zijn onlosmakelijk verbonden met het imperialisme. Hun voortdurende aanwezigheid in musea in Groot-BrittanniŽ is een voortzetting van dat geweld.'

Betere bestudering, beter begrip, beter onderhoud, hij scheert het allemaal over ťťn kam. (Hoe de wereld scheert: zie gang 4, linksonder. Kammen liggen erboven. )


overview 2


musical instruments 1


Lade + kind


Maskers

De vitrines met eenvoudige muziek-instrumenten, met voorouderbeeldjes, kleurstoffen, en huwelijkskleding zijn zeurende littekens uit het koloniale verleden…?†

Is bepalen wat een ander volk aan geschiedenis begrijpt en ‘aankan’ niet net zo zeer een vorm van betutteling?†

De laatste jaren vraagt het RPM de betreffende stammen naar hun mening. Dat kan soms onvoorzien uitpakken.

Een groep bezoekende Masai (Tanzania) bleken zeer ‘geŽrgerd’ dat hun cultuur Łberhaupt in een museum lag:†

‘Wij zijn niet dood!’


QR code making fire





Net zoals IndonesiŽ een aantal jaren terug maar matig in de Nusan Tara collectie was geÔnteresseerd, zullen er weinig of geen landen bij Pitt Rivers op de stoep staan ophet materiaal terug te eisen.†

Uitleg via QR bij diverse vitrines.


Benin 1


Benin 2

Eerder nog om vergeten gewoonten of gebruiken uit de eigen cultuur nader te onderzoeken.†

Inmiddels zijn er†recentelijk†wel 97 van de geplunderde Benin kunstvoorwerpen – van de ruim duizend in Europese musea – door het PRM aan Nigeria teruggegeven.


Benin text










Wat me opviel was dat Dan Hicks’ boek†’The Brutish Museums’†niet te koop lag de museumwinkel van zijn werkgever, het†RPM.†

Terecht.

Evenmin stond het op de plank in musea als in The British Museum en Victor & Albert.†

Ten onrechte.

Maar dat is een ander verhaal – voor later.


overview 4


PS:†Grenzend aan PRM ligt het Natural History museum.†Niet ver verwijderd ligt tevens het Ashmolean museum.†


Natural history museum 2


Natural history museum 4


University building oxford

Oxford telt nog vele andere musea. Ze worden omringd door eeuwenoude universiteiten, kerken, internaten.†

Met daar tussendoor talloze heen en weer†rennende†studenten.†


Oxford houses



Deze ‘Harry Potter Town’ is eenvoudig te bereiken per trein, maar leuker wellicht met de directe dubbeldekker bus: de Oxford Tube.




*††Enkele van de vooraanstaande antropologen, archeologen en etnologen die bij RPM door de tijd heen betrokken waren:

Female curator 1


Female curator 2


Female curator 3


Female curator 4



Andermans erfgoed 3

Andermans erfgoed†2

Blog inhoud

Home





Een herinterpretatie van een originele kopie

Een herinterpretatie van een originele kopie

Andermans Erfgoed 3

Boek A world within

In het Pitt Rivers Museum boek staat een negentiger jaren verslag over hoe gecompliceerd het terugeisen van erfgoed kan zijn – en een hilarisch verloop kan krijgen.

†Begin jaren negentig verzochten Zuni stamleiders (New Mexico, VS) aan de universiteit in Oxford†(VK) om teruggave van hun oorlogsgod Ahayu:da.Het houten beeld, gedecoreerd met verf, schelpen, touw en veren, stond opgesteld in hun Pitt Rivers Museum.


Pitt River gebouw


beeld 1

Sacrale beelden van Zunis belichamen natuurkrachten en dienen na inwijding in de open lucht op een natuurlijke wijze te vergaan. Ahayu:da verzinnebeeldt de kracht die aardbevingen, stormen, branden en oorlog veroorzaakt.

Het beeld was volgens de stam eind 19de eeuw door de Amerikaan Cushing meegenomen, doorverkocht en diende thuis te keren.

Uit de archieven van de Oxford universiteit bleek echter een heel ander verhaal.† Frank Hamilton Cushing (1857-1900) was een pionier onder antropologen geweest.†

Hij bestudeerde de voorwerpen niet vanuit leunstoel of museum, maar introduceerde het begrip ‘participerende observatie’.†

Dat werd door hem omschreven als ‘gegevens verzamelen en bestuderen dankzij een nauwe, intieme vertrouwdheid’.†

Oftewel, hij trok bij hen in.


handgeschreven etiketten

Dat er ook bij dergelijk ‘veldwerk’ ethische grenzen behoren, was bij de westerse universiteiten nog niet opgekomen.†

De stamleden werden niet geÔnformeerd over het doel van Cushing’s studie. Hun gastvrijheid werd eenvoudigweg gezien als instemming.



Cushing

De blanke antropoloog van het Smithsonian Institution in Washington werd mettertijd zwak en ziekelijk.†

Om aan geld te komen, maakte hij van enkele traditionele Zuni-objecten nauwgezet replica’s om aan nieuwe etnografische musea te verkopen.

Dergelijke artefacten werden in die dagen niet als vervalsingen gezien maar veeleer als informatieve voorbeelden uit Verweggistan.†

Naar verhouding maakten maar weinige geÔnteresseerden de bootreis naar het betreffende land.

De Ahayu:da die Cushing geheel volgens de Zuni-regels had gemaakt, was elf jaar na zijn dood door de antropoloog Sir Edward Tylor aan het museum cadeau gedaan.

De Zuni stamhoofden stuurden een deskundige om de Ahayu:da in Oxford te onderzoeken. Het beeld bleek in alle opzichten tot in detail te voldoen.†

Dat de maker van het beeld geen stamlid was geweest, was voor hun irrelevant. Daarom bleven ze bij hun verzoek om teruggave.

C + Zuni
Frank Hamilton Cushing with Laiyuahtsailunkya, Naiyutchi, Palowahtiwa, Kiasiwa, and Nanake


beeld 1

In feite was er een opmerkelijke tegenstelling ontstaan. Het Museum stelde dat het hier een ‘vrijelijk gegeven schenking’ betrof van ‘een kopie’. Bovendien niet gemaakt door een lid van de betreffende cultuur.

De Zuni’s hadden echter een heel andere invulling van het begrip ‘kopie’. Als het nauwgezet en met goede bedoelingen was gemaakt dan was het niet inferieur aan het ‘origineel’ - welke dat dan ook geweest moge zijn.

Wettelijk probeerden ze teruggave te staven met de stelling dat Cushing’s beeld debet was aan het copyright op Zuni kennis.

Oxford bleef bij de weigering.



frank cushing

†Toch klopt hun redenering niet helemaal, mijns inziens. Wereldwijd exposeren musea kunstobjecten die vooral ‘origineel’ zijn omdat er geen eerder exemplaar (meer) van bekend is. Anders gezegd: musea tonen slechts originelen totdat er een voorganger opduikt.†

StŤl dat er alsnog een oudere Nachtwacht wordt ontdekt, dan zou Rembrandt’s doek volgens Oxford’s redenering een kopie zijn.

Een andere vraag blijft: hadden de Zuni’s zelf een nieuwe Ahayu:da gemaakt met Cushing’s beeltenis als voorbeeld… hadden zij dan zoiets als ‘de meest originele kopie’ tot stand gebracht – ook al zou het natuurlijke verval meteen inzetten.



Zuni Land

Bovenstaande speelde in de negentiger jaren. Inmiddels hebben Zunis eigen musea opgezet, hetgeen tot vele aanvragen voor teruggave leidde binnen de VS.

E.B. Taylor



Eerder genoemde schenker E. B. Tylor (1832-1917) definieerde cultuur als (dikdruk door mij):

‘het complexe geheel dat kennis, geloof, kunst, recht, moraal, gewoonte en alle andere vermogens omvat die de mens als lid van de samenleving heeft verworven’.


PS: In oud Chinees schijnt de juiste vertaling voor kopie overigens ‘herinterpretatie’ te zijn.

Blog inhoud

Andermans erfgoed

Home

De mysteries rond Tibetaanse dzi kralen

Aankoniding


Waar ik bij stond, kocht vriend Pemba een losse zwarte kraal met enkele witte streepjes en cirkeltjes voor honderd dollar.

Het was 1975, Nepal – ik vroeg of hij wel goed bij z’n hoofd was.


Tibetan family

De volgende dag had hij de kraal voor tweehonderd dollar verkocht – aan een andere Tibetaanse vluchteling.

Phemba lachte me uit.

‘Zo’n kraal is duizenden jaren oud! Dit patroon is hťťl zeldzaam en brengt veel geluk!’


Dergelijke dzi kralen hadden volgens hem magische krachten.

Naast koraal, turkoois en parels vormden ze het begeerde toefje op de bruidsschat.

Maar waarom zijn ze zo zeldzaam?

‘Omdat ze nauwelijks nog worden gevonden.’

- Bij opgravingen?

‘Nee, als er weer ’ns eentje uit de lucht is gevallen.’


Tibet – Versie 2


De Tibetaanse hoogvlaktes liggen dicht onder het hemelgewelf en dan vind je nogal ’ns wat – kennelijk. De verzamelnaam voor die uit het firmament neergekomen stukjes en brokjes is tokchas †– of tockcha, thokcha, togcha, thogchag, thogchak, tokche, thog-lcag


Tibetan symbols - versie 2Tibetan symbols - versie 2-2

Nee, tokchas zijn geen afgebroken fragmenten of verloren ‘dingetjes’ die karavanen of soldaten de afgelopen millennia achterlieten tijdens een lange, barre tocht over het plateau.†

Nee, tokchas zijn evenmin afgebroken stukjes van paardentuigen, zadels of stijgbeugels.†

Ze zijn hemels – wat bij Tibetanen gelijk staat aan zeldzaam, oud, magisch en mystiek.

Ook hemelse schaarste vertaalt zich echter in geld – en met wat extra bijgeloof of een sterk verhaal zelfs in goud geld.

Met de jaren stegen de prijzen van bijzondere dzi kralen van honderden naar duizenden dollars per stuk. Het verhaal veranderde mee: de stenen waren weliswaar mensenwerk, maar niemand wist meer hoe ze duizenden jaren geleden werden gemaakt, de methode was definitief verloren gegaan.

Geregen dzi


Ergens in de negentiger jaren verschenen er plots recent gemaakte†dzi kralen†op de markt. Uit Taiwan, bleek pas na enige tijd.†

Handelaren wezen met veel nadruk en bravoure op het verschil in glans en dat hun voorraadje uit louter ‘authentieke dus antieke’ exemplaren bestond.

Cirkel

De heldere, harde glans van de nieuwe kralen was inderdaad onmiskenbaar – maar hoe moeilijk kon het zijn om een film van krasjes op het oppervlak aan te brengen?†

Voorheen diende een oude kraal na aankoop ‘gereinigd’ te worden van het eventuele, slechte karma van de vorige eigenaar. Nu werd het belang van de herkomst (provenance) echter onmisbaar als ‘bewijs voor de prijs’. Maar hoe moeilijk kon het zijn om onder een gevlucht volk een fictief verhaal met familielijnen te fabriceren?

Hoe meer je weet, hoe meer je ziet. Zolang het maakproces mysterieus en geheim bleef, was de koper aangewezen op praatjes en poespas.†

Verticaal

‘Aangezien de kennis van de kraal stamt uit verschillende mondelinge tradities, hebben de kralen aanleiding gegeven tot controverse over hun oorsprong, hun vervaardiging en zelfs hun precieze omschrijving.

Ambachtslieden gebruikten agaat als basissteen en verfraaiden vervolgens de lijnen en vormen van de kralen met behulp van oude methoden die mysterieus bleven. De behandelingen konden bestaan uit het donker maken met plantensuikers en hitte, het bleken, het etsen van witte lijnen met natron (een zoutmengsel uit opgedroogde rivierbeddingen) en het beschermen van bepaalde delen met vet, klei of was. - wikipedia


Bookcover

Afgelopen mei '22 vond ik in een schoolboeken-winkel te Chiang Mai Ancient Jewellery of Myanmar, from the prehistory to Pyu Period door Terence Tan.†

Het boek was in 2015 gedrukt in Yangon en best pittig geprijsd – maar het had dan ook een uitgeknipte foto van een gouden ring op de omslag.

De familie van Terence Tan handelt volgens het voorwoord reeds enkele generaties in de vele soorten edelsteen waar Myanmar (Burma) puissant rijk aan is: robijn, saffieren, spinel, granaat, topaas, amethist, peridot, maansteen, enzovoorts.


De jongste telg besloot er archeologie bij te studeren. Eind 19de eeuw was er door de Britse kolonialen een Epigrafisch Bureau opgericht voor het bestuderen van de inscripties op bijvoorbeeld stenen tabletten bij tempels.†


restauratie

Het onderzoek werd geleid vanuit het archeologisch departement in Brits India.†

Daar werden nieuwe rekruten uit Burma echter alleen opgeleid voor restauratie-werkzaamheden.†

Nog steeds is er sprake van deze samenwerking.



Pas in 1997 kwam er archeologisch onderwijs in Myanmar – vanuit cultuur-historisch oogpunt toch een van de interessantste landen in AziŽ.†

Inmiddels geeft Terence Tan gastcolleges op universiteiten in de VS en de VK over de proto-historische Pyu periode in Zuidoost-AziŽ.


Bagan tempels

Bagan

Beestje

In het boek legt Tan uit hoe in de brons-ijzer periode ambachtslieden begonnen te experimenteren door lijnen, stippen en cirkels te kerven in kralen van halfedelsteen.†

De ontstane motieven vulden ze op met poedervormige chemicaliŽn, als arsenicum, gele orpiment, kopersulfaat (blauwe vitriool), zwavel, cinnaber, ammoniak en borax. Vervolgens werd de steen verhit.†


Al doende ontstond er een traditionele techniek van bleken, etsen en alkalisch verven. Een methode die vooral effectief is op karneool en versteend hout. De verhitting maakte de steenstructuur wat losser, waardoor de chemische pasta naar binnen kon sijpelen.†

De wit-op-zwart en de wit-op-rood motieven waren het effectiefst en blijkbaar het meest gewild. Misschien ook omdat hiervoor maar vier soorten chemicaliŽn benodigd waren: salpeter, natron, ongebluste kalk en natriumchloride (zout).


dZi kraal streep


’Eerst werden zwarte stroken geverfd op rode karneool-stenen. Daarna werden witte lijnen geŽtst op de rand van zwart en rood, zodat de zwarte rand werd overlapt, voor een net ontwerp.†Deze driekleurige geŽtste kralen worden beschouwd als meesterwerken uit die periode.’ – Terence Tan


Graf

’Een populaire veronderstelling is dat de oude kralen van Myanmar verwant zijn met de geŽtste kralen van de buurlanden. De Tibetaanse geŽtste agaat dZi kralen bijvoorbeeld, waarvan wordt aangenomen dat zij gunstige en heilige betekenissen hebben, die door recente Tibetaanse en Nepalese gemeenschappen aan hen worden toegekend.†

Geregen dzi

Birmese, geŽtste kralen worden soms in verband gebracht met de zeer gewaardeerde dZi kralen, maar hun verband blijft onduidelijk.’ - Terence Tan

Onbekend is nog of de dzi kralen werden gemaakt in Tibet, Burma, India of elders.†


Portret

‘Hoewel agaatkralen van het dzi type werden gemaakt in de Indusvallei tijdens de Harappan-periode en op verschillende plaatsen die rijk zijn aan agaat-afzettingen in India, is de vroegste archeologisch gecontroleerde vondst van een agaatkraal met dzi stijl versiering van rechte en gebogen lijnen en cirkelvormige ogen afkomstig van een opgraving in de Saka-cultuur (Uigarak) in Kazachstan, gedateerd 7e - 5e eeuw v. Chr. Het zou gaan om import uit India, die wijst op handel over lange afstand met de meer nomadische Saka of Scythische stammen.’ - wikipedia


Oftewel: edelstenen en edelmetaal reizen mee de wereld rond, vroeger vaak als betaal- respectievelijk ruilmiddel. Dat Tibetanen alles wat van ver kwam fascinerend vonden, blijkt wel uit hun traditionele kleding en sieraden.†


TIBET PORTRAIT


Het bloedkoraal kwam voornamelijk uit de Chinese of Middellandse zee (de Zijderoute). De turkooizen kwamen voor het grootste deel uit Iran, de lapis lazuli uit Afghanistan, de parels uit Indiase wateren en de fossiele barnsteen wellicht uit Burma (dat zelfs een eigen soortnaam kent: Burmite).†


Slot Tibet dames


(Voor alle duidelijkheid: Kashba verkoopt geen oude dzi kralen.)


Celebrities











Heilgen, helden en andere hersenschimmen


Vrouw op tapijt 2

Wat Phra Singh, Chang Mai, mei ‘22


‘Mensen hebben altijd naar antwoorden gezocht op de grote existentiŽle vragen omtrent de zin van geboorte, leven en sterven. Wanneer de antwoorden niet in woorden zijn te vatten, kunnen beelden (symbolen, van het Griekse symballein - samenvallen) gaan spreken.†

Goddelijk en Griezeligkopie

Innerlijke processen worden naar buiten geprojecteerd; het denken in analogieŽn is daarop gebaseerd. Wat we waarnemen is wat we herkennen of, beter gezegd, wat ons aanspreekt.†

Een beeld krijgt pas betekenis wanneer het aansluit bij ons innerlijk, met andere woorden: wanneer het weerklank vindt.†Het zijn nooit ‘zomaar’ beelden die in de kunst iconisch worden.’

W. Welling in Goddelijk en griezelig.


Collagekopie

Geen idee of hyper-realistische vormgeving in de tachtiger jaren overwaaide uit de westerse kunstwereld of dat het los ervan opkwam in AziŽ. Misschien overal omdat het nou eenmaal technisch kon.

Wel zag ik in die tijd ineens opvallend levensecht houtsnijwerk op de betere markt verschijnen. Aanvankelijk vooral van zeer knap en natuurgetrouw uitgesneden krokodillen.

Het kwam echter niet bij me op om een exemplaar te verwerven. Ze oogden akelig-echt, misten elke persoonlijke interpretatie of vormvisie van een maker en waren daarom nogal saai. Alsof een 3D printer een perfect kopietje had afgescheiden.

monnik in glazen doos

Niet veel later verschenen er ook dergelijke beeldjes van nationale helden en heiligen. Van dichtbij hadden die akelig-echte exemplaren iets verontrustends. De plotse intimiteit met het gezicht maakte me tot een onbeschaamde voyeur.


Houtsnijder








M solo 4 close up


Helden en heilig-verklaarden dienen inderdaad – evenals handelaren, met name antiekhandelaren – het godshuis uitgekarawatst te worden. Toch staan ze al eeuwen in kerk en tempel afgebeeld.†

Levenswiel

Tot rond 1900 waren beelden en schilderingen bedoeld als uitleg of vermaning voor de massa die niet kon lezen en daarom aangewezen was op tekens (ikonen), symbolen en ‘plaatjes kijken’.†

De verhalen rond kerststal of kruisweg maakten wat dit betreft geen verschil met bijvoorbeeld het levenswiel aan de ingang van elke Tibetaanse monnikentempel.†

Tegelijkertijd liet de clerus graag zichzelf er tussen afbeelden. Om aan te geven dat ze superieur was aan de wereldlijke macht. Mocht er door het volk tot hun gebeden worden, dan was dat mooi meegenomen – je weet maar nooit.

Ikoon



Naar verluidt staan de bisschoppen, priesters, monniken en andere bemiddelaars tussen hemel & aarde er afgebeeld als stichtelijk voorbeeld en geestelijk houvast.†

Dit alibi is uiteraard even uitgedacht als godsdienst zelf.





tempel buiten

Geestelijke rustplekken in een samenleving zijn vaak prachtig, zelfs noodzakelijk. Als de aankleding ervan spiritueel inspireert, des te fraaier. Maar dan toch zonder historische figuren, zoals heilig-verklaarden in kerken en held-verklaarden in parken.

‘Why Heroes are Important’ stelt een artikel in kapitalen op de website van de katholieke Santa Clara University in Silicon Valley. ‘Wij hebben in de eerste plaats helden nodig omdat onze helden helpen de grenzen van onze aspiraties te bepalen.’ De wij-vorm is hier kennelijk vanzelfsprekend.

Bij ‘grenzen’ denk ik aan beperking, maar de SCU komt met het advies jezelf de vraag te stellen: ‘Wat zou Jezus hebben gedaan in mijn geval?’



Het artikel worstelt met een onderzoeksresultaat waaruit bleek dat niet Mahatma Gandhi en Maart L. King de heldentop uitmaakten, maar Superman en Spiderman.

‘Deze week nog (januari 2000) klaagde regisseur Spike Lee erover dat zijn generatie opgroeide met bewondering voor de grote voorvechters van burgerrechten, maar dat de jongeren in zijn gemeenschap tegenwoordig vooral pooier en stripper willen worden.’


Met de opmerking dat de Beatles ‘more popular than Jesus’ waren, kreeg John Lennon in 1966 de bible belt van de Verenigde Staten over zich heen. Hun platen werden verbrand, hun muziek van radiostations verbannen en in enkele zuidelijke staten blokkeerde de Ku Klux Klan enkele van hun concerten. Toon mij uw vijanden en ik zeg u wie u bent….


JL


‘Lennon verontschuldigde zich op een reeks persconferenties en legde uit dat hij zichzelf niet met Christus vergeleek.’ - wikipedia. Misschien had hij beter hardop zich kunnen afvragen: ‘Wat zou Jezus †in mijn geval†hebben gedaan?’

J & D

Welk mens is wereldwijd het bekendst, had een universitair onderzoek halverwege de zeventiger jaren als vraagstelling Opmerkelijk was de ontstelde toon van het Newsweek-artikel. De redactie ging er kennelijk zonder meer vanuit dat Jezus op nummer 1 zou staan.†

En wellicht Boeddha of Mohammed op 2.†


Rumble

De ver uit bekendste naam bleek echter Mohammed Ali te zijn.†

Zijn recente gevecht met George Foreman in ZaÔre (Congo) was op 30 oktober 1974 wereldwijd uitgezonden als ‘the rumble in the jungle’ en werd naar schatting door een biljoen tv-kijkers gezien.



JFK e.a.

‘We zijn cynisch,’ analyseert de christelijke universiteit, ‘omdat onze idealen zo vaak werden verraden. Washington en Jefferson hielden slaven, Martin Luther King wordt beschuldigd van flirten en plagiaat, zo ongeveer iedereen heeft seks gehad met iemand met wie dat niet had gemogen, enzovoort. We moeten de dingen die onze helden opmerkelijk maken uit elkaar houden en de tekortkomingen die hun heldhaftige perfectie aantasten vergeven.’


JK & DB

Kortom, de heilig-verklaarden dienen weer ontheiligd te worden – beeldenstormen komen in de beste godsdiensten voor – maar ze mogen kennelijk wel ‘helden’ blijven ‘die de grenzen van onze aspiraties te bepalen’.

Maar leidt identificatie niet tot slechts imitatie? Of zoals J. Krishnamurti stelt: ‘Een brein dat niet zelf onderzoekt, wordt traag en saai. Het conformeert zich aan het voorbeeld. Aan het ritueel, de filmster, geleerde of goeroe. Er is gelijkvormigheid als er vergelijking is.’


Wie de wereld graag eenvormig maakt - wel zo handig, zakelijk en eenduidig – bant daarmee elke verbeelding uit. Men neemt de wereld liefst zo letterlijk mogelijk. Een roos is een roos, wat zeur je nou.

Een paar decennia terug was het woord ‘pragmatisch’ (als in nuttig en van nut) nog bijna beledigend, tegenwoordig staat het soms als vereiste in personeelsadvertenties.

De helden van pragmatici dienen ondubbelzinnig eenduidig te zijn. Vooral sport- muziek en filmsterren passen hierbij.

Inzien dat juist grote vormverschillen tonen dat alles met alles samenhangt en tot bescheidenheid noopt, is niet van nut.


dierfiguur tempel

De allereerste tempels der mensheid (zo ver bekend) tonen vooral vele figuren van dieren die eigenschappen belichaamden die iedereen meteen begreep. Ook in de taal is het aldoor nog volop aanwezig: zo onverschrokken als een leeuw, standvastig als een olifant, trots als een pauw, enzovoorts.†

In geval van de GŲbekli Tepe in het zuidoosten van het Turkse AnatoliŽ spreekt wikipedia tevens van abstracte pictogrammen: deze tekens kan men eigenlijk geen schrift noemen, maar misschien zijn het (voor die tijd) algemeen begrijpelijke (heilige?) symbolen, zoals ze ook in de holen-tekeningen uit de jonge steentijd gevonden zijn.

Eenvoudiger gezegd: in oude, spirituele zin verwijst een symbool naar een andere geestelijke wereld. Naar een andere dimensie die men wel bevroedt maar niet eenduidig weet te verwoorden.†

Voor alle duidelijkheid: zowel symbolen als afbeeldingen† zijn door de mens uitgedacht en leveren – eenmaal geprojecteerd op materie – wereldwijd verwarring Ťn interpretators (priesters, politici) op. Vaak met afscheidingen, stammen, grenzen en oorlogen tot gevolg.


Incl. airco

Wereldlijke en geestelijke macht aan weerszijden.†De eerste rijkelijk†gekostumeerd, de tweede wat groter.


vrouw tempel vloer

Een boeddha lijkt op het eerste gezicht een beeltenis van een persoon, maar is een symbolische verwijzing naar een historische persoon die ruim 2500 jaar geleden leefde – vandaar dat zijn linkerhand de aarde aanraakt.

In levende lijve zou het beeld voorover tuimelen zodra hij opstond, z’n rechterarm zou z’n knie raken of breken, om nog maar te zwijgen van het trosje krullen op z’n hoofd – het verzinnebeeldt slakken, zegt u?

Van Dale ‘zinnebeeld’: zintuiglijke waarneembaar voorwerp dat het beeld is van iets anders, voorwerp waardoor iets geestelijks of iet algemeens wordt gesymboliseerd, syn. allegorie, symbool: de duif is het zinnebeeld van onschuldige liefde en van de vrede.


Groene ('emerald') boeddha

Zinnig: betekenis hebbend. Bezinnen: waarnemen, verlangen, peinzen. Zintuig: waarneming; zesde zintuig bovennatuurlijke waarneming.

Mogelijk voldoet de vormgeving van een een boeddhabeeld niet aan uw idee of smaak, maar op zich kan een symbool nooit kitsch zijn.†

Het pretendeert niet iets te zijn dat het niet is.†

Evenmin probeert het te behagen.†

Het verwijst.




JC

Een katholieke website die stelt dat ‘we beelden van koningen presidenten hebben, dus waarom niet van Jezus en Maria’ is dus de weg kwijt – van god los.†

Gepersonifieerde beelden – zoals een knappe blanke Jezus met trimbaardje – behoren dan tot eenzelfde kitsch als de wassen monniken op bijgaande foto’s.†



M 3


Straatverkoop


Man met talisman

Na wellicht hun leven lang te hebben gemediteerd op de vergankelijkheid van het aardse bestaan, werden ze alsnog in was vereeuwigd en zalig verklaard.

Helden en heiligen worden niet langer met scepsis of kritiek bejegend – en pas dan ben je echt dood en pas je in het theater van Mme Tussaud: komt dat zien.



Bedelaarsnap 108

‘Wetenschap en technologie kunnen prachtige dingen zijn. Ze kunnen onze kennis over onszelf en de wereld waarin we leven vergroten. Maar ze moeten worden uitgevoerd met een gevoel van nederigheid waartoe wij steeds minder in staat lijken.’††Jonathan Cook

Wendell Berry vatte deze ‘moderne mentaliteit’ fraai samen met: ‘een mysterie is dan niets anders dan een gebied waar de wetenschap nog niet aan toe is gekomen.’ Tot die tijd bestaat het kennelijk niet of niet echt. ‘Iedere analogische samenhang is onzin, er bestaat alleen causaal verband want aantoonbaar.’†


Honderdenacht bedelaarsnappen


Naar een mysterie kun je echter slechts verwijzen en een andere dimensie kun je slechts verzinnebeelden.†

Enkele religieuze stromingen hoopten gepersonifieerde godsdiensten te voorkomen door het zinnebeeld een olifantenhoofd te geven (Ganesh), of een blauwe lichaamskleur (Krishna), of tienduizend-en-acht armen (Lokeshwar).†Dat is toch niet letterlijk te nemen, zou je denken.†

Maar zelfs visuele uitdrukking geven aan honderden ideeŽn – met elk idee z’n eigen beeltenis – leidde niet of nauwelijks tot goden-inflatie, men blijft ze stuk voor stuk vereren.

Symboolblindheid.


Gopurams

Gopurams


Och, wŗs het maar waar dat zij ons hebben gemaakt..†dan zag de wereld er vast een stuk beter uit.

Een beeld met een verhaal

Avalokiteshvara / Chenrezig


Rajiv Staande Avalokiteshvara


Afgelopen november kwamen we in Nepal op een verdieping boven een werkplaats dit beeld weer tegen – het stond er al voor de covidjaren.

De al wat oudere beeldenmaker, Khadga Raj Shakya, had er een viertal gegoten in de zestiger jaren. Deze laatste wilde hij nog voorzien van een halo, maar het kwam er nooit van.

Na verloop van tijd nam een familielid, ook in het vak, het beeld van hem over. Hij kwam er echter evenmin toe om er tijd en geld in te investeren.

Na zo’n dertig jaar kocht de zoon van de maker het beeld terug, hij zou het wel ‘even’ voltooien. Reeds vijf bezoeken zag ik het boven in de opslag staan – tussen stoffige fragmenten en onaffe gietsels.

Waarom moest er eigenlijk een halo achter? Vorm en betekenis kwamen eigenlijk zelfs beter uit. De belichaming van compassie werd met vele toeschietende handen benadrukt en het leed op de wereld werd gezien – het bleef niet onopgemerkt.


DSC02924

Ineens kregen Ais en ik de geest om te investeren – en ‘voltooiing' te voorkomen.

‘Ik zal ‘m van nieuw patina voorzien,’ knikte de zoon instemmend.

- Nee!!! riepen we in koor. Niks aan doen, precies zo laten!

Ervaring leerde dat zelfs goedbedoeld ‘afstoffen’ tot een totaal andere aanblik kon leiden.


Tijdens de covidjaren waren vele hotels gesloten of iets anders gaan ondernemen. Ons vertrouwde Tibet Guesthouse was nu voornamelijk een quarantaine halte voor Bengaalse contractarbeiders op weg naar een van de Arabische landen.†


Yak & Yeti Rana palace

Op zoek naar een wat veiligere stek liepen we op een avond zelfs het chique Yak & Yeti hotel even binnen – een luxe, vijf-sterren heritage hotel in Kathmandu.†


De directie bleek zich echter op het organiseren van bruiloften te hebben gestort. Indiase Bollywood muziek schalde door de gangen.


Maar kijk!†

Aan de rand van de lege, tamelijk donkere lobby vielen de contouren van een groot beeld op – onmiskenbaar die van het door ons pas aangeschafte beeld.


Rajiv Avalokiteshvara Yak & Yeti hotel – Versie 2 (1)


Yak & yeti 2

Eind vijftiger jaren werd het Yak & Yeti Hotel opgezet in een voormalig Rana-paleis door de danser alsmede chef-kok Boris Lissanevitch.†


Yak & Yeti kopie




Tijdens de tweede wereldoorlog was hij weggelopen uit het Russische leger en aanvankelijk in Calcutta beland.

Boris


Wellicht kocht Boris – of zijn compagnon – een van de vier gietsels, maar de oudere beeldenmaker kan zich dat niet precies meer herinneren.



Zending kashbaZending uitpakken Kashba

Maar eh.. waar past bij ons nog een beeld van 185 cm?




Op het entresol dan maar.†Balancerend op de rand kregen we de onderdelen weer in elkaar.

Van jaren in opslag naar een prominent plek. Met behoud van het oude, natuurlijke patina.


Avalokiteshvara Entresol


Avalokiteshvara, de bodhisattva van compassie †of†

– zoals een van de drie kruizen in het wapen van haar nieuwe woonoord symboliseert†

– van erbarmen.†


Rajiv Staande Avalokiteshvara – Versie 3 kopie 2


Rajiv Staande Avalokiteshvara – Versie 11 kopieRajiv Staande Avalokiteshvara – Versie 12

Rechterhand boven: een bidsnoer met 108 kralen. Meditatieve toewijding.

Rechterhand midden: het wiel dat Sakyamuni in werking zette met zijn leer.

Rechterhand onder: open, gevevend gebaar.

Linkerhand boven: een lotus groeit vanuit de modder door donker water naar de oppervlakte om zich in zonlicht te ontvouwen.

Linkerhand midden: Pijl & boog, aandacht en kennis.

Linkerhand onder: Waterpot, symbool van ontkieming.


Chryst dorje big copy kopie 2


PS: Voor alle duidelijkheid, wij verhandelen geen antieke beelden of fragmenten. Nooit gedaan. De afgelopen vijftig jaar zagen we er vele verdwijnen uit tempels en nissen – vaak dankzij brute kracht in de nacht.†

Toegewijdenen zullen ook nooit hun erfgoed verkopen. Daarom gaan we er vanuit dat antieke beelden doorgaans geroofd zijn en - om het in hun termen te stellen - slecht karma opleveren.

Het gaat ons niet om de de antiquiteit maar om de symboliek en de kwaliteit van het vakmanschap. Bovenstaande Avalokiteshvara is bij toeval het oudste beeld dat we ooit inkochten – nog steeds rechtstreeks van de kunstenaar.


Chryst dorje big copy kopie 2


Zie ook:

Een bijzonder beeld

Boeddhistische beelden

Home


‘Dienstbaar aan de keten?'

Dienstbaar aand e keten goud


‘Als ze gaan zeggen dat mijn ooms oorlogsmisdadigers zijn,†

word ik mataglap.’


De Gelderlander

Op 17 februari 22 werden de resultaten bekend gemaakt van het dekolonisatie-onderzoek ‘Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in IndonesiŽ,†1945-1950’.


Twee dagen eerder meldde de NRC in een aanhef: De getraumatiseerde Indische gemeenschap heeft weinig vertrouwen in het onderzoek naar de dekolonisatie dat volgende week wordt gepresenteerd.†‘Als ze gaan zeggen dat mijn ooms oorlogsmisdadigers zijn, word ik mataglap.’


Pelita

Stichting Pelita: Of het nu mensen zijn van de eerste generatie Indische Nederlanders, totoks, Molukkers, Chinezen, Menadonezen, Papoea’s, veteranen, Nederlandse militairen die werden uitgezonden naar de voormalige kolonie, IndonesiŽrs zelf, naoorlogse generaties – eigenlijk iedereen met een achtergrond in Nederlands-IndiŽ is bang voor een ongenuanceerd oordeel over hun rol. ('We worden weggezet als oorlogsmisdadigers’).

Laten de tweede en derde generaties zich alsnog iets aanpraten? Het afgelopen decennium is er veel onderzocht Ťn in klare taal opgeschreven. ‘Mataglap’ is ‘nergens voor nodig’.


Wie bij ‘militaire excessen’ slechts aan gewelddadige soldatenacties denkt, is kortzichtig. De Indonesische onafhankelijkheidsoorlog ging wat Nederland betreft over behoud, met name behoud van bedrijven en bezittingen. En anders: redden wat er aan financiŽle belangen nog te redden viel.


Over de grens

‘De wens van de Nederlanders is het streven naar onafhankelijkheid met alle mogelijke middelen blijven beheersen’, concludeert het recente Over de grens, Nederlands extreem geweld in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, 1945-1949. (NIOD, 2022), ‘en, niet in de laatste plaats, de eigen belangen veilig te stellen.

De oorlog paste in een koloniale traditie van gewelddadige onderdrukking, racisme en exploitatie. Nederlandse politici, militairen en bestuurders in IndonesiŽ ťn Nederland, overtuigd van hun eigen superioriteit, lieten zich in hun streven naar bevoogding en beheersing van IndonesiŽ vooral leiden door economische en geopolitieke motieven en het idee nog een missie in de ‘Oost’ te hebben en daar onmisbaar te zijn.’

Route VOC

Kapitaal vergaren, doorgaans via roof, was vier eeuwen eerder de enige reden voor de Europese kaapvaart om steeds verder te varen: Europese kust > Noord-Afrika > rond de Kaap > Voor-indiŽ (India) en verder naar de Indische archipel.

In 1813 werd Nederland een koninkrijk met een koopvaart en heetten enkele van de ‘wingewesten’ sindsdien ‘koloniŽn’.†

De onderwerping werd stelselmatiger – en dat is precies het juiste woord. De verboden slavenhandel werd mettertijd vervangen door veel pragmatischere (cultuur)stelsels, al dan niet in combinatie met levering van opium (van slaafgemaakte naar verslaafd-gemaakte).†

Verslaafd aan opium

Na de WOII waren de verloren inkomsten uit de koloniŽn volgens de ‘door de eeuwen trouw’-propaganda van conventionele partijen zelfs onontbeerlijk: ‘IndiŽ verloren, rampspoed geboren!’

IndonesiŽ is rijk aan grondstoffen – o.a. olie en goud. De ‘financiŽle elite’ – zoals De Nederlandse Bank (DNB) de voormalige handelaren in producten uit slavernij noemt in het recente rapport ‘Dienstbaar aan de keten?’ – wilde niet accepteren dat het tij was gekeerd. In handelstermen: ze weigerden hun verlies te nemen.

Er verscheen namelijk een nieuw soort kapers aan de kust: investeerders uit de Wallstreet-wereld – met zoveel meer politiek-militaire macht.


Posters


Nederland noemt zich nog steeds - al dan niet met positieve instemming - een natie van dominees en kooplieden. Alsof die twee de basis legden voor het welzijn en de welvaart van van de lage landen.

Vreemd, want eigenlijk zaten die twee beroepen elkaar al die eeuwen in de weg. Eenmaal gekerstend was de ‘inboorling’ immers niet langer een ‘zielloos wezen’ dat je als een dier kon behandelen.

De dominees die op de koopvaardijschepen meevoeren, waren doorgaans van tweederangs niveau, weggestuurd of erger. Niet zelden waren het fanatieke betweters – zelfs te erg voor Groningen of Zeeland. In wezen waren ze even berooid, beschadigd en maatschappelijk verstoten als de rest van de bemanning in het ruim.


Hermitage Amsterdam

In het recente DNB-rapport ‘Dienstbaar aan de keten?’ blijft er weinig over van het nostalgische beeld van de ‘schrandere Hollandsche koopman’.†

Mochten de vaak prachtig geschilderde portretten er debet aan zijn, bezoek dan eens de vaste tentoonstelling in de Hermitage aan de Amstel.†

Er is daar een zaal met allerlei groepsportretten van Amsterdammers, onder andere van kooplieden. Dankzij de hoge kwaliteit van de toenmalige schilderkunst liggen er voor de goede kijker drie heel andersoortige andreaskruizen over hun tronies: ijdel, arglistig en meedogenloos.

Hermitage 2

Ook het DNB rapport maakt duidelijk dat de Hollandsche handelaren niets ophadden met het eigene van een koopman, namelijk dat je de andere partij ook wat gunt.

Menig ‘gerenommeerd Amsterdams koopmansgeslacht’ was feitelijk een bankierend handelshuis. Met opslag in pakhuizen probeerden ze een stapelmarkt te bestieren, dankzij met militaire macht in de kolonie afgedwongen monopolies.

Kortom, een natie van betweters en cententellers zou hun staat van dienst wellicht beter omschrijven. Het DNB rapport maakt ongewild duidelijk dat de ‘koopmannen’ weinig bijdroegen aan de welvaart en het welzijn van dit land.

Dienstbaar aan de keten?

Bij de lancering van het onderzoeksrapport over ‘de Nederlandsche Bank en de laatste decennia van de slavernij, 1814-1863’ rept directeur Klaas Knot over de ‘financiŽle elite’..

‘De mate waarin mijn ambtsvoorgangers zich hebben ingezet om het afschaffen van de slavernij te voorkomen heeft mij geraakt.’

Zijn woordkeus is even omfloerst als de titel van het rapport. Namen & rangnummers vermeed hij ook liever, zijnde tevens voorzitter van de Koning Willem I Stichting. Tot ‘mijn ambtsvoorgangers’ behoort klaarblijkelijk niet de oprichter van De Nederlandse Bank en z’n nazaten.

Wie bijvoorbeeld Oranje Zwartboek (2020) van NIOD-historicus Gerard Aalders leest, begrijpt echter wie tot Knot’s ‘financiŽle elite’ behoorden. Hun persoonlijk gewin bepaalde de gang van zaken in de koloniŽn – liefst met goedkope slavenarbeid – Ťn in de Nederlandse Bank. Alles en iedereen dienstbaar aan de keten die hun rendement moest garanderen. Is het dan kortzichtig om de ‘financiŽle elite’ eindverantwoordelijk te stellen voor alle ‘militaire excessen’ tot en met de laatste?

Oranje zwartboek

De VOC hanteerde graag verhullende eufemismen als ‘stilzwijgend profijt’ voor corruptie en indirecte uitbating van slavernij.

Het DNB rapport ‘Dienstbaar aan de keten?’ lijkt die toon te willen parafraseren. Het onderzoek simply follows the money en toont aan dat de nationale bank in de 19de eeuw doorgaans bestuurd werd door handelaren met inkomsten uit slavenarbeid. De bank was niet dienstbaar aan maar deel van de keten – zonder vraagteken.

Overigens, met ’Over de grens’ wordt over de grens van het aanvaardbare bedoeld – evenmin klare taal.

Eerst een paar feiten.†

1. Tijdens de drie, vier eeuwen kolonisatie kwam de bevolking van de duizenden eilanden in de archipel wel degelijk regelmatig in opstand. Het na-sluimerende†19de†eeuwse clichť van ‘meegaand’, ‘gedwee’, ’gij-volk’ of erger is niets anders dan zichzelf vrijpleitende lariekoek van de koloniale indringer.


2. In 1850 telde Nederland drie miljoen inwoners, in 1900 vijf miljoen en in 1950 tien miljoen. Het gemiddelde levenspeil van de bevolking begon - na veel industriŽle ellende in fabrieken en dergelijke – pas in de 20ste eeuw summiere tekenen van verbetering te tonen.

Met 300 etnische groeperingen (en 742 verschillende talen of dialecten) zijn dergelijke cijfers moeilijker te geven voor een archipel die niet afgebakend was tot een natie. In 1960 was de globale schatting 100 miljoen, thans rond de 275 miljoen.

3. In vergelijking met de sjamanistische, hindoeÔstische, islamitische of boeddhistische levensbeschouwing had het pragmatische ‘meten is weten’-denken van de koloniale agressor lange tijd de overhand dankzij betere wapens, militaire infrastructuur, doelgerichte bezettingen, enzovoorts.

Het dekolonisatie onderzoek over de periode 1945-1950: ‘De in deze ‘pacificatiefase’ voornamelijk gebruikte tactieken van kleinschalige patrouillegang, zuiveringsacties en ‘rusteloze achtervolging’ van de tegenstander hadden nadrukkelijk koloniale wortels.’


4. De onderling zeer verschillende eilandbevolkingen kwamen na WOII nŪet massaal in opstand om een Republik Indonesia te stichten. Java was altijd al het rijkste en dichtst bevolkte eiland. Evenals het grote eiland Sumatra had het een geheel eigen taal, godsdienst, cultuur. Ook op deze eilanden waren Molukkers, Menadonezen, Chinezen en Papoea’s vreemdelingen, verre volkeren met een andere etniciteit – deels zelfs stammend uit een ander werelddeel (OceaniŽ).

Door de eeuwen trouw

‘Molukkers zijn in Nederland uitgemaakt voor NSB’ers, omdat ze gevochten zouden hebben tegen hun eigen volk. Dat is volgens Manusama onzin. ‘IndonesiŽ bestond vroeger uit allemaal kleine koninkrijkjes, met verschillende volken.’ Jakarta ligt op 2000 kilometer van de Molukken, vult Tetelepta aan. ‘Alsof Nederland de Russen als eigen volk zou zien.’

‘Niemand wist welke kant het op zou gaan.’ Molukkers vochten ook voor hun eigen idealen, wat uiteindelijk uitliep in 1950 op de proclamatie van een eigen onafhankelijke staat, de RMS. ‘Maar die mochten ze niet verdedigen, omdat ze naar Nederland werden gedeporteerd.’ - De Gelderlander


Evenals bijvoorbeeld India werd IndonesiŽ pas een geheel nadat koloniale overheersers met geweld hun administratieve systemen aan deze gebieden oplegden.

‘Het woord IndonesiŽ betekent letterlijk ‘Indische eilandengroep’. Het is als aardrijkskundige term dan ook verwant aan MelanesiŽ, MicronesiŽ en PolynesiŽ. Pas in de twintigste eeuw is IndonesiŽ een staatkundig begrip geworden.’

De begrenzing van de aardrijkskundige benaming hoeft niet samen te vallen met de begrenzing van de hedendaagse Indonesische staat.†‘De vroegste vermelding van de naam IndonesiŽ in een Nederlandse krant stamt van 21 maart 1885.' Wikipedia

Tjengkeh voorpagina

Sinds de laatste twee eeuwen zochten jongemannen uit afgelegen eilandgroepen een bestaan in het Hollandse koloniale leger.†

Hun intekening verschilde weinig met die van jonge Sikhs uit Punjab of jonge Gurkhas uit Nepal die in het Brits-koloniale leger vochten tegen een van de maharadja’s of tegen de keizer in Beijing tijdens de twee opiumoorlogen.†

Inderdaad, ‘jong’ was een vereiste – zowel fysiek als verstandelijk.

Huursoldaat of huurling is een soldaat die op commerciŽle grondslag dienst neemt in een leger. Het verschijnsel is zeer oud. De stad Carthago†gebruikte reeds huurlingen en de oudtestamentische koning David en Alexander de Grote deden een beroep op hen. - wikipedia

Lancier

Het huidige begrip freelancer – voor iemand zonder vast contract – valt letterlijk te vertalen als een vrije lansier.

‘Deze militaire avonturiers boden tegen betaling hun wapen en diensten aan, ongeacht aan welke meester en ongeacht voor welk doel. Van de 14e tot de 16e eeuw waren er in Europa, en vooral in ItaliŽ, grote groepen ‘free lances’. - etymologiebank

Werd een oorlog tussen Duitse of Franse staatjes uiteindelijk beslecht door een lege schatkist, dan werd het voetvolk werkloos. Als dagloners zwierven ze rond, op zoek naar een plek met een bestaan, overvielen onderweg soms een postkoets of een trekvaart, maar liever tekenden de bannelingen ergens bij - waar en bij wie dan ook.

Bijvoorbeeld bij de Hollandse piraterij, die in de 17de eeuw uitgroeide tot de VOC. Van meet af aan bestond de bemanning van de schepen en bewakingslegertjes grotendeels uit armoezaaiers uit zo’n beetje heel West-Europa, die aan boord in zekere zin familie vonden.

Thuis ging het kleine stukje boerenland bijvoorbeeld over naar de oudste zoon. De rest van het kroost – als het overleefde – moest zelf iets verzinnen. Of ze waren al jong ouderloos geworden.

Ze trokken naar de Hollandse havens vanuit het huidige Denemarken, Duitsland tot en met Frankrijk en Spanje, maar soms zelfs uit Noord-Afrika of nog verder.

Overal ter wereld werden huurlingen ingeschakeld om de financiŽle belangen van enkelen uit te vechten, of omdat een heerser zich wilde bewijzen, noem maar op. Ze stonden bekend als huursoldaten, legionairs of mercenaries. Denk aan het Franse Vreemdelingenlegioen – maar ook aan de Private Military Contractors die de VS inhuurt tijdens een van haar vele oorlogen.


Blackwater

‘Volgens schattingen werd ongeveer 30 miljard dollar van de 87 miljard dollar die de VS-uitgaven aan de oorlog in Irak, uitgegeven aan particuliere militaire bedrijven.’ Wikipedia

Mercenary

Ingehuurde vertalers of digiwizzards voor drone-aanvallen zijn in wezen eveneens freelancers en weinig verschillend van de aloude begrip ‘huursoldaat’.

Opmerkelijk is de ontwikkeling onder de roemruchte Nepalese Gurkha-soldaten – die overigens nog steeds werkzaam zijn in het Britse leger. Al geruime tijd vinden sommigen van hen werk als bewaker (privť-soldaat) van filmsterren of zelfs van staatshoofden die voor lijfbehoud niet durven te vertrouwen op eigen militaire leiding.


Voorschriften


Van oudsher is de opgelegde ‘gouden soldatenregel’ dat hij niet zŤlf nadenkt. Doet hij dat wel dan is de kans groot dat hij (doorgaans jong) verstrikt raakt in het militaire tuchtrecht.

'Tuchtrecht is het geheel van regels ter handhaving van gewenst gedrag (tucht oftewel discipline) binnen een bepaalde groep van personen.’ - Ministerie van Defensie


Regering

Uit de conclusie van Over de grens, het dekolonisatie onderzoek: ‘Bij gevangenneming en verhoren pasten militairen van de Nederlandse krijgsmacht op structurele en deels zelfs systematische wijze buitensporig geweld toe, waaronder mishandeling en marteling. Bekend was reeds dat het Depot, later Korps Speciale Troepen, gedurende lange tijd de facto een ‘carte blanche’ van de legerleiding had ontvangen om desnoods met extreem geweld het verzet te breken en de bevolking tot steun aan Nederland te dwingen, wat het korps ook op grote schaal deed.’

‘De opeenvolgende Nederlandse regeringen bereidden daartoe de weg, in nauwe samenspraak met de legerleiding, die de politiek verantwoordelijken voortdurend onder druk zette om een harde lijn te volgen.’

Bestuurders, diplomaten en militairen, maar ook de militaire en burgerlijke justitie, bleken van hoog tot laag bereid zich vergaand te voegen naar de overtuiging dat het conflict met militaire middelen – met geweld – kon en moest worden beslecht. Dat gold ook voor het grootste deel van de journalistiek en andere maatschappelijke instituties, die zich in de regel volgzaam, zelden kritisch opstelden.


over de grens

Uiteindelijk was er buitenlandse druk nodig – met name uit de VS – 'om Nederland aan de onderhandelingstafel te brengen en meermalen ook terug te brengen. Weliswaar drong in Den Haag na het eerste kwartaal van 1949 het besef door dat de oorlog een heilloze onderneming was geworden, opgeven bleef een moeilijke en pijnlijke opgave. De Nederlandse hoofdrolspelers wisten nauwelijks afscheid te nemen van hun starre vooroorlogse, koloniale denkwereld, zo min als van hun politieke en economische belangen, en hadden grote moeite het fiasco van het sinds 1945 gevoerde beleid te erkennen.’

‘Dat ze niettemin bereid waren morele kaders opzij te schuiven is op diverse manieren te verklaren: druk van de omstandigheden of hiŽrarchische verhoudingen, ideologische overwegingen, een koloniale mindset, angst, lijfsbehoud, mentale afstomping of verruwing als gevolg van oorlogsomstandigheden. Wat overblijft is de verwoestende impact van de oorlogvoering en het geweld, in de allereerste plaats op de IndonesiŽrs.’ - Over de grens


Over de Grens is het resultaat van de opdracht waarvoor drie Nederlandse instituten gezamenlijk 4,1 miljoen kregen van de Nederlandse regering.

Stichting Ereschulden

‘De slager keurt zijn eigen vlees’, schamperde Jeffrey Pondaag van het Comitť Nederlandse Ereschulden.


Hoofdonderzoeker is Gert Oostindie. In het voorwoord van zijn Postkoloniaal Nederland: vijfenzestig jaar vergeten, herdenken, verdringen (2010) merkte hij op: ‘Ik had in 1975 als historicus kunnen afstuderen zonder ook maar iets van de koloniale geschiedenis of postkoloniale migraties te weten.’

Pondaag heeft gelijk. Dat al het geweld tijdens de dekolonisatie-oorlog – van beide kanten – feitelijk draaide om de belangen van de ‘financiŽle elite’ veilig te stellen, is de uiteindelijke oorzaak van militaire maar ook financiŽle excessen.


‘Hoe je de kubus ook draait: het IndonesiŽ onder Soekarno droeg in de schrale jaren vijftig vele miljarden guldens mťťr bij aan Nederland dan de van de VS afkomstige Marshallhulp van 3,5 miljard gulden.’

Ongelooflijk maar waar: in 2003 vond de laatste ‘herstelbetaling’ plaats door IndonesiŽ aan Nederland – inclusief alle lopende rente erover.

‘Nederland had in de jaren vijftig relatief meer te besteden omdat het de backpay (achterstallige lonen) maar voor een klein deel inloste. Die zuinigheid sprak ook uit de erbarmelijke opvang van de Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen. De regering onderneemt in dit soort kwesties vaak pas actie na grote maatschappelijke verontwaardiging of juridische druk.’ - De Groene

Of de Nederlandse regering wacht tot het grootste aantal van hen is overleden.


Overdracht

‘Compensaties houden bijna nooit vergoeding van reŽel geleden schade in, maar krijgen het karakter van een tegemoetkoming, zoals het ‘gebaar’ naar de Indische gemeenschap voor de ‘kille ontvangst’, of de ‘symbolische’ compensaties aan weduwen. Van een ruimhartige aanpak die ten minste poogt om financieel en moreel volledig recht te doen aan de openstaande rekeningen, is het nog niet gekomen.

Vandaag de dag was de directe Marshallhulp omgerekend ongeveer zestien miljard euro geweest, inclusief een deel leningen. De voordelen van de soevereiniteitsoverdracht komen minimaal neer op 103 miljard euro.’ - De Groene


NRC 17 feb 2022: ‘Ook gaf Rutte aan dat de verantwoordelijkheid niet bij de individuele militairen lag. Hij wees de instanties aan die het institutionele geweld mogelijk maakten: de Nederlandse regering, het parlement, de krijgsmacht en de juridische macht.’

Een beetje premier verbindt daar dan consequenties aan.

En wel met de nodige vaart en allure,

want menige betrokkene ligt al in z’n graf.

‘…maar een Hollander, een echte Hollander,

maakt eerst een kladje van z'n kosten

en dan ziet ie d'r van af.’

- Wim Kan 1970


Rond de tafel cartoon


Maluku†’84 inhoud

Stilzwijgend profijt inhoud

Een nagelaten koffer inhoud

Blog inhoud

Home

‘Bedaarde schepper van toornige goden’


Drieluik

Kalu Kumale†(1933)


Versie 2 (7)

Vader was een keuterboer. Evenals de buren draaide hij tijdens de rustigere seizoenen aardewerken potten in het straatje voor het huis. Eens in de zoveel tijd liep hij – of wie er uit hun wijk aan de beurt was – met een volgeladen handkar door een van de omringende dorpen of steden.††

Als alle kinderen in de buurt speelde Kalu veel met de klei die vader aanmaakte voor gebruik. Als de zoveelste generatie van hun jyapu kaste waren de kinderen per slot voorbestemd voor eenzelfde bestaan.

Versie 2 (5)

Er waren nog nauwelijks scholen in de vallei - maar daar was sowieso geen geld voor. Toch had deze generatie het wel iets beter dan de voorgaande.

Voordat Nepal in 1951 de grenzen opende en er een einde aan de Rana-dictatuur kwam, werd opa nog vaak verplicht om allerlei onbetaald werk voor hogere kasten te verrichten.


Versie 2 (8)

Als tiener maakte Kalu behalve potten soms ook dierenfiguren – de onnuttige liefhebberij van een jongeling.† Op 22 jarige leeftijd werd hij door plotse ziekten voor langere tijd aan bed gekluisterd.

Om z’n prille gezin toch in onderhoud bij te staan, kneedde hij op bed dierenfiguurtjes en speeltjes. Een vriend liet ze in messing†gieten en probeerde ze vervolgens voor hem te verkopen.


Eenmaal weer op de been ging hij vaker langs bij enkele gieterijen en ciseleerders van beelden. Arm als hij was – en wellicht erger in die tijd: stammend uit een andere, lagere kaste – probeerde hij de kunst er vanaf te kijken.†

Een paar jaar later vroeg een beeldenmaker, Sangh Ratna Shakya, hem te helpen met het vele werk dat hij plotseling kreeg.


Tibet ruÔne

Er staken in die tijd – de vijftiger en zestiger jaren – vele monniken en andere vluchtelingen vanuit Tibet de Himalaya over. Regelmatig sleepten ze antieke, sacrale beelden mee die door de communistische Rode Garde waren kapot geslagen.

Een groot aantal de eeuwenoude kloosters die Tibet telde, werden domweg met dynamiet opgeblazen.

Marx en Mao achtten religie immers opium van het volk, het stond de ‘culturele revolutie’ in de weg.†

Veel van de beelden waren echter tijdens de wekenlange vlucht beschadigd geraakt: een gebroken arm, zoek geraakte symbolen en dergelijke.



Ongeveer twee decennia lang restaureerden Sangh en Kalu deze beschadigde beelden. De sculpturen varieerden zowel in kwaliteit als in stijl.† Vooral de woeste, boze figuren fascineerden Kalu. Gaandeweg leerde hij zich was-modellen te boetseren in die specifieke, tantrische stijl.


Eight Guru Rinpoche set (7)

Ook de omgang met de gevluchte monniken had invloed op hem. Hij nam hun strikte, sobere levensstijl over. De rest van zijn leven stond hij om drie uur ’s ochtend op voor meditatie en een ochtendwandeling. Na de lunch werkte hij onafgebroken van twaalf tot acht uur ’s avonds.†

Zonder leerschool en ervaring was het niet verwonderlijk dat z’n eerste plastieken wat houterig en zuinigjes overkwamen.†

Maar na verloop van tijd onderkenden Tibetaanse monniken wel de kwaliteit van zijn werk.

In 1970 kreeg hij de opdracht een geschenk voor de veertiende Dalai Lama te maken: een beeld van de Palden Lhamo, de enige vrouwelijke beschermer van de leer. Gezeten te paard en maar liefst 108 cm hoog, maakte het beeld veel indruk.

Versie 2 (2)

In de jaren daarop volgden er opdrachten van diverse kloosters in Nepal, Tibet en India.

Tussendoor verving hij, de devote boeddhist, voor lokale gemeenschappen oude beelden in de publieke ruimte als ze door dieven in de nacht waren geroofd. Zoals dit beeldje van Dhanwantari, bijvoorbeeld.

Versie 2 (3)

Zijn levenslange, strikte arbeids-ethos had tot gevolg dat zijn werk in vele uithoeken van AziŽ, Europa en de Verenigde Staten terechtkwam.†Doorgaans opgesteld in kloosters en tempels, maar bijvoorbeeld ook te zien in het Victoria & Albert Museum.


Kalo Kumala patra

In de nadagen van zijn leven werd hij alsnog in eigen land met prijzen overladen.

Stellig droeg hij bij aan het mondiaal bekend maken van de traditionele, kwalitatief hoogstaande, Newarese kunsten.

Sommige ingewijden vragen zich zelfs af of de ‘calm creator of wrathful gods’ – zoals The Himalayan Times (22-1-’06) †hem noemde – de afgelopen decennia met zijn specifieke tantrische stijl niet een grote stilistische impuls is geweest voor de Newarese kunst.

‘Nu ben ik 71 jaar oud en nog steeds van plan om mijn beroep als beeldhouwer voort te zetten,’ zei hij in een 2003 interview. ‘Deze kunst is het erfgoed van onze natie en ik ben er trots op.’



Kalu Kumalo – Versie 3 kopie


Samen vormen bovenstaande beelden de acht manifestaties van Guru Rinpoche. We kochten de set in de tachtiger jaren. Pas recentelijk vonden we de bijpassende thangka, alsmede de ruimte om het geheel uit te stallen.

De beelden zijn gemaakt volgens de verloren-was techniek, vervolgens geciseleerd en vuurverguld. De hoogte varieert tussen de 25 en 35 cm.


8GR set – Versie 3



Smaller Guru Rinpoche sets

Lost wax casting

Home



Guru Rinpoche / Padmasambhava

Vader, zoon en een schoolproject.

Aankondiging


Enige tijd terug kregen we een uniek boekwerk onder ogen: prachtig uitgevoerd en een eenmalige uitgave van†slechts†ťťn enkel exemplaar.†

Het boek was een verslag van een nogjonge scholier. Reizend door musea in Frankrijk, Spanje, Nederland en Duitsland had hij zich een beeld gevormd van de verscheidenheid aan kunst in de verschillende culturen.†

Het betrof een project voor een franse school dat werd gefotografeerd, vormgegeven en geschreven door 15 jarige zoon Aram, waarna vader Sacha (fotograaf) hem hielp om het vakkundig gedrukt te krijgen.†

Wat beduusd bladerden we door het imponerende eindresultaat waarvoor we ooit iets kleins mochten aandragen.†Hieronder slechts een aantal van de pagina’s om een indruk te geven.

Het is geenszins m'n bedoeling de loftropet over onze bijdrage steken –– de vader is daar veel te complimenteus over, geloof me. Het schoolproject trof me echter als een prachtvoorbeeld van er qua 'kunst & kind' nog meer mogelijk dan het geijkte gekleuter in de diverse (wereld)musea.


1


2


3


4


5


6


7


8


9


10


11


12


13


14


15


16


17


18


19


20


21


22


23


24


25


26


27


28


- Slot



Zie ook

Tantric figures outlined

Old Woodblock prints

Home


Andermans erfgoed: wereldmusea

AANKONDIGING ERFGOED WERELDMUSEUM 2



Mwazulu Parijs

Natuurlijk haal je wereldwijd de voorpagina als je het Louvre binnenloopt en een antiek Afrikaans beeld weghaalt onder de leuze:†‘Ze hebben geplunderd, vernederd en gestolen. We claimen wat rechtmatig van ons is.’†

Vroeger heette zoiets een ludieke actie. Dat kun je ťťn keer doen, daarna heet het crimineel.


Boek Brutish Museums

Minder ludiek is het als een professor van het Pritt River Museum in Oxford – na er eerst decennia te hebben gewerkt en van gegeten – aandacht voor z’n nieuwe boek in de media probeert te genereren onder de leuze: ‘Kom maar halen, al die objecten vormen hier slechts een griezelshow.’ (o. a. Volkskrant en Guardian).

Zoiets kun je ook maar ťťn keer doen — zelfs als je er een nieuwe theorie bij bedenkt.


Vitrine Afrikaanse beelden


Dit betoog heeft vier uitgangspunten.

1. Alle kunst- en cultuurgoederen buiten musea hebben een prijs afhankelijk van populariteit en schaarste –– niet anders dan andere goederen en niet per se van schoonheid of vakmanschap.†

Reeds eeuwen worden kunstmarkten gecreŽerd en gemanipuleerd — gelijk financiŽle markten.


vitrine maskers 2


2. Vele kunst- en cultuurgoederen binnen musea hebben door de relatie met geld een bedenkelijk, zo niet kwalijke voorgeschiedenis (provenance).

Musea zijn doorgaans ontstaan uit en aangevuld met schenkingen, vaak van grote collecties, waarvan de provenance (oorsprong) omstreden is. Soms is het gefinancierd dankzij het uitbuiten en klein houden van arbeiders, soms is het regelrechte oorlogsbuit.†

†Kolonialisme en kapitalisme zijn sowieso bed-vriendjes. (Zie Stilzwijgend profijt 2).


Vitrines boeddhas


3. De jacht op de geldwaarde van andermans erfgoed door particulieren is van alle tijden. Als de economische situatie in een land verbetert, verlegt de richting de goederenstroom zich. Het stelen van antiek in China in vorige eeuwen leidt deze eeuw tot het terug-stelen ervan (zie Weerloos Erfgoed).Dieven en helers doen het sinds mensenheugenis met elkaar.


Vitrine pipes


4. Niets is eeuwig, ook een museumcollectie niet. Wie het eens is met de Unesco definitie dat een museum ‘een permanente instelling’ is (die ‘het erfgoed van de mensheid verwerft, conserveert, onderzoekt, en tentoonstelt voor onderwijs en ontspanning’), kan het gebouw mŤt inhoud beter overgieten met epoxyhars.


vitrine veren


Als een museum haar collectie niet mag verbeteren of aanpassen, zal het ten onder gaan –- bijvoorbeeld aan obesitas. Daarbij ontstaat er een onhoudbare situatie waarin voorwerpen niet optimaal worden onderhouden, vergaan, zoekraken of ‘kwijtgelegd’. Een aantal jaren terug maakte een etnografisch museum in Berlijn tijdens na inventarisatie schoon schip door mede te delen dat een derde van de collectie moest worden afgeschreven.


Wereld depot Frankrijk

'De argumenten van curatoren dat de voorwerpen veiliger zijn in Londen, Parijs, New York en Berlijn dan in Lagos, Addis Abeba, Nairobi of Kinshasa is onzin, zoals blijkt uit Hicks' onverbloemde bekentenis over de conservatie, het behoud en de herkomst van materialen in koloniale musea:†


Pitt Rivers museum gebouw 2

"De hypocrisie begint ermee dat het begrip van de curatoren minimaal is voor wat er in deze zogenaamde veiligheidsdepots voor universeel erfgoed ligt.†Daarbij weten we zelden zeker wat er is of waar – en kunnen we evenmin met zekerheid zeggen hoe het daar is gekomen.'†- Guardian


Is er een†andere kant van het verhaal?

Het fenomeen ‘tropeninstituut’ – het museum zŤlf als museum, haar eigen antropologie – komt halverwege 19de eeuw vooral voort uit borstklopperij tussen westerse landen onderling.

Koninklijk bezoek 2

Om aan te geven dat ’s lands invloed en grenzen verder strekken dan het eigen grondgebied, laat met name koninklijke elite en adeldom groteske gebouwen optrekken: zie onze inkomsten (en kredietwaardigheid).

Maar als de exploitatie van de ‘verre rijksdelen’ verloopt via handelsmaatschappij, bank en legerleiding, wat dan nog te doen met dat kolossale gebouw? KoloniŽn ontvangen soms de opdracht te zorgen voor ‘passende decoratie’.†

(Zie Van Primitief tot Kunst)


Pitt vitrine dead enemies


Het Pitt Rivers Museum – met bovengenoemde professor D. Hicks als curator – is deel van de Universiteit van Oxford, Engeland. Omdat ‘de voorwerpen’ volgens hem ‘onlosmakelijk verbonden zijn met het imperialisme’ vindt hij †‘hun voortdurende aanwezigheid in Britse Musea een voortzetting van dat geweld.’†

Vandaar z’n boektitel: The Brutish Museums.†(Een woordgrapje in een boektitel spreekt vaak al boekdelen.)


Pitt oude foto met Balfour


Het Pitt River museum oogt als een over de jaren organisch aangezwollen verzameling etnografica. Van begin af aan werden de voorwerpen gerangschikt naar onderwerp, Úngeacht tijd en herkomst.†

De een vindt het allemaal maar onoverzichtelijk in talloze vitrines bij elkaar gezet. De ander beschouwt het als een toegankelijk depot waar godzijdank geen huiscurator je langs ‘bij elkaar passende voorwerpen’ dwingt – je mag er nog op eigen houtje ronddwalen en ontdekken.


Pitt natuurkundige afd

De ontstaansgeschiedenissen van musea zijn vrijwel altijd tekenend voor die specifieke tijd (zie het ontstaan van de staatsmusea in China en Taiwan).

Het proefschrift van W.R. Chapman (1981) over hoe het Pitt Rivers Museum gestalte kreeg, is zonder meer fascinerend.

Van eigentijdse elite is niet altijd bekend of men elkaar kent, hoe de lijntjes lopen, maar een kleine twee eeuwen later valt dat soms alsnog in kaart te brengen. Chapman beschrijft een rijke toplaag (van mannen) die fortuinen vergaarde dankzij de industriŽle revolutie (vrnl. fabrieken) in eigen land, roofbouw op het Ierse platteland, opiumhandel tussen Bengalen en China, suikerplantages in BraziliŽ en de Caribische eilanden, enzovoort.

Of men erfde eenvoudig van oom of tante – bij gebrek aan voldoende nageslacht. Tuberculose kwam veel voor, maar ook het onderling huwen speelde dikwijls een rol: om vreemd bloed te weren van de vergaarde titels annex bezit (o.a. landgoederen).

Hans Sloane

Zoals Hans Sloane, een omstreden arts, uit wiens collectie The British Museum in feite voortkomt.†

Hij trouwde in 1695 de weduwe van een oom die fortuin had gemaakt met suikerplantages op Jamaica – een zeer winstgevende handel die alleen kon bestaan dankzij zeer zware arbeid van overgebrachte slaven uit Afrika.

Royal African Company


Zelf had Sloane aandelen in de Royal African Company, slavenhandelaren bij uitstek. Zestien jaar lang was hij president van het Royal College of Physicians.†

Isaac Newton vond hem maar ‘een zeer bedrieglijke kerel, meer geÔnteresseerd in curios dan in medicijnen’.


Buste Hans Sloane

Zijn vrouw, Elizabeth Langley Rose, kreeg als vrouw slechts een derde van de erfenis. Met o.a. dit geld legde Sloan een verzameling aan van maar liefst 71.000 voorwerpen die uiteindelijk de basis werd voor The British Museum.†

(Augustus 2020 kreeg Sloane’s buste een nog prominentere plek dan voorheen, zij het binnen slavernij-context).

Chapman beschrijft hoe Augustus Pitt Rivers – Fox voor intimi –† bij geboorte wel rijke familie heeft maar geen eigen fortuin. Na z’n zestiende verjaardag begint hij net als vele lords met verzamelen. Hij legt een wapenverzameling aan. Een tweede zoon van de tweede zoon moet toch iets pretenderen om omhoog te kunnen trouwen.


Boek Origin of species

De gesprekken in herenclubs als The Ethnological Society die hij bezoekt, gaan die dagen vaak over de Beagle reis (1831-’36) en de evolutietheorie van Darwin.†

Pitt Rivers Fox Lane 2

Talloze rijk-geboren heren van stand zoeken ‘iets dergelijks’ om ‘om handen te hebben’ en zich enig aanzien aan te meten in hun ijdele bestaan.


Veel van hun gedachtegoed stamt oorspronkelijk van het continent, met name uit Duitsland.†

Frenologie

Bijvoorbeeld de† frenologie van Johann Spurzheim en Frans Gall over hoe aanleg en karakter bepaald zouden worden door schedelvormen, waar woorden als talen- of wiskundeknobbel nog vandaan komen.

Sommige heren kwamen uit bij het verzonken eiland Atlantis of bij de volkeren van het continent Mu (dat de maan is geworden - o.i.d.).


Ancient society

Op zoek naar ‘bewijsmateriaal’ voor theorieŽn over de Britse oermens laten ze soms graven openbreken — met name in Ierland –- om schedels en botten te onderzoeken.†

Darwin cartoon

Daarbij komen ook eventueel mee-begraven voorwerpen onder de loep.†Het is de tijd van grote koepelvormige architectuur met veel ijzer-en-glas, hoog oplopende debat over een eventueel oerras, ‘the modern savage’, de evolutietheorie, taaloorsprong, schedelmeting, newspapers, magazines, spotprenten – met op de achtergrond een oprukkende industriŽle revolutie.


Skeletten


Pitt wil de ontwikkeling van de mens duiden via – liefst archeologische – wapenvondsten en bouwt gestaag een verzameling op. Daarbij mag hij graag in de havens van Londen zoeken naar bijlen, speren, knotsen, pijl & bogen, boemerangs of katapulten uit verre streken.†

Z’n aanpak verschilt niet zoveel van de rijke Amsterdammer die in voorgaande eeuwen terugkerende VOC-schepen opzochten in de hoop van een matroos of militair iets uitheems te kunnen verwerven voor z’n rariteitenkabinet.

Er zit echter wel verschil in de ‘wetenschappelijke classificatie’ die de heren introduceren: oorsprong, omschrijving, gebruik, enzovoorts. Met name Pitt is daarin zeer nauwgezet, hetgeen hem mettertijd meer aanzien geeft.


Boek pagina


Thomas huxley

Zijn grote voorbeeld is Thomas H. Huxley (de grootvader van Aldous), een wereldreiziger die zijn lezingen en tentoonstellingen ‘niet alleen op de wetenschappelijke gemeenschap richt maar ook op de geÔnteresseerde amateur of zelfs arbeider’.†

Chapman stelt dat na 1860 de gevestigde toon binnen de diverse genootschappen nogal verandert:†

‘Met een soort uitgesproken goddeloosheid willen de leden nadrukkelijk een wetenschappelijke distantie uitstralen’.

Het is tevens de tijd van de afschaffing van de slavernij.


Kaart rassen


Antropoloog Tylor

’Door de invloed van archeologie, vergelijkend taalonderzoek en dergelijke verandert het perspectief van de Ethnological Society (overwegend Quaker) en krijgen ook etnografische materialen en voorwerpen eindelijk meer aandacht.’

Tot dan toe worden deze meestal quasi nonchalant gedrapeerd en geŽtaleerd om de club wat aan te kleden: wat bamboe, een ikatdoek, enkele speren, een beeldje van hout, brons of porselein.

Een visie om enig systeem aan te brengen, blijft echter uit. ‘Wellicht is dat de reden waarom de uitgebreide etnografische collecties van het British Museum nog maar weinig belangstelling wekken.’


Charles Malcolm

Zo veronderstelt Charles Malcolm in zijn presidentiŽle toespraak van 1851 dat ‘indien de verzameling etnografisch en chronologisch gerangschikt zou worden, The British Museum de meest waardevolle leerschool zou vormen die de regering zich zou kunnen wensen’.

Het educatieve aspect - of excuus, zo u wilt - van musea speelt kennelijk vanaf het begin. Malcolm heeft wel een vooruitziende blik:

‘Als geen enkel ander land heeft Groot-BrittanniŽ deze educatieve plicht gezien haar kleine honderd koloniŽn en talloze onderworpen inheemse stammen in elke uithoek van de aardbol, die hun eigenheid zullen verliezen, als zij al aan uitsterving ontsnappen, door absorptie en assimilatie met hun Europese bazen.’


Joch met voorwerpen kopie

( Onder het begrip etnografie verstaat Van Dale ‘beschrijvende volkenkunde’. Aanvankelijk viel een grafvondst uit Ierland er ook onder, maar mettertijd verstond men vooral ‘voorwerpen van verre volkeren’ onder de term. Toch behoort een Vlaamse bierpul er in feite net zo toe.†

De begripsverwarring is tegenwoordig echter nog groter geworden dankzij Market Research Agencies (reclamebureaus) die ‘de consument via etnografisch onderzoek in zijn eigen omgeving opzoeken.’†Soms ‘op consumentensafari’ genoemd.

Een fraaie omschrijving van cultuur vind ik:†‘De bloesem van een beschaving’.†)

Volgens Chapman nemen Pitt en andere Britse etnologen voor de classificatie van de voorwerpen de Nederlandse geograaf Phillip von Siebold (1796-1886) als voorbeeld.

De oorspronkelijk diplomaat Von Siebold had zo ver gereisd als West-Afrika, IndonesiŽ en Japan. Later werd hij de belangrijkste initiatiefnemer tot de oprichting van het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden, dat in 1831 een begin maakt met zijn legaat van antiquiteiten en curiosa.


Von Siebold 2

Links een portret van hem.

Fox kent Siebold door zijn publicaties over Japanse zwaarden. ‘Onbekend is of hij de collectie ooit heeft bezocht, maar het belang van het Leidse museum voor zijn denken staat buiten kijf. In tegenstelling tot de Londense heren probeert Von Siebold met zijn ‘geografisch systeem’ geen hoogdravende doelstellingen als de oorsprong van de mensheid e.d. na te jagen maar het verleden van de mens schetsen.’

(Curieus detail: sinds 2016 wordt het Pitt Rivers Museum geleid door Laura van Broekhoven, voorheen curator bij het Volkenkundig Museum in Leiden. Ze is tevens lid van het Women Leaders in Museums Network (WLMN) – een organisatie die het laatste decennium zeer succesvol lijkt te zijn geweest in het bewerkstelligen van verandering in de ooit bij uitstek herenhobby.)


P.R. museum


Tegenwoordig telt het Pitt Rivers Museum vele geschonken collecties uit zulke verschillende streken als Amerika, De Zuid Zee, de Arctica, enzovoorts.†

Ze werden verzameld door bekende namen als Thomas Cook, Hans Sloane, Kapitein Middleton of E.T. Bowditch uit Nigeria (verkregen in 1817).


vitrine poppen


De door Pitt Rivers begonnen verzameling (20.000 objecten) telt inmiddels zo’n 500.000 stuks. Ze werden volgens de Engelse wikipedia bijeengebracht door ‘reizigers, wetenschappelijke onderzoekers en missionarissen’ – waarmee gemakshalve voorbij wordt gegaan aan een koloniaal verleden van compagnie-piraten, militaire onderdrukkers, koninklijke handels-maatschappijen, banken, multinationals, oftewel het kapitalistische systeem.


Tropeninstituut


Pitt Rivers Museum: ’Hoewel de rechtlijnige evolutionistische benadering van de culturen zowel in de antropologie als archeologie al lang tot het verleden behoort, heeft het museum bewust de oorspronkelijke opzet bewaard.’

Ook een mogelijkheid.†


P.R. museum 2

Als de meeste ‘worldmuseums’ toch al nauwelijks enige context bieden, laat dan minstens het verleden van het museale verzamelen zichtbaar. Hou liever de achter-liggende geschiedenis van het museum in de collectie zichtbaar dan afwisselend een gestileerde, politiek-correcte eenheidsworst te presenteren waarmee de huidige tot curator-gemaakten zich menen te moeten ‘onderscheiden’.

In de grootste musea ontkom je wellicht niet aan enige vorm van selectie. The British Museum is sinds 1753 een van de allereerste instituten die een openbare, niet aan koning, kerk of club toebehorende collectie toont – met vrij entree (in NL moeten zelfs kinderen betalen).

Het overgrote deel van de dertien miljoen a) archeologische, b) natuurhistorische en c) etnografische voorwerpen ligt in depot en kunnen door de zes miljoen jaarlijkse bezoekers niet of zelden worden bezichtigd.


skull horns


Met z’n boektitel The Brutish Museums koppelt prof. Dan Hicks deze ‘depot horror show’ aan de zogeheten ‘small wars’ van rond 1900 – die uiteraard ter plekke allesbehalve klein waren – en die hij ‘de nulde wereldoorlog’ als verzamelterm geeft. Daarin werden volgens hem de meeste voorwerpen ‘buitgemaakt’ (om de Karl May-terminologie van het Tropenmuseum even van stal te halen).

Al sinds de roof door Lord Elgin in 1804 van the Elgin marbles – dat zijn oude marmeren beeldhouwwerken uit de Atheense Akropolis – wordt roof van andermans erfgoed ook wel elginisme genoemd: ’Het meenemen van cultuurschatten, vaak van het ene land naar het andere, meestal rijkere land. […] De term wordt soms ook gebruikt voor het plunderen van cultureel erfgoed voor persoonlijk gewin.’ - Britannica


Benin bronzes

Detail van de Benin Bronzes


Naar mijn weten bestaat een dergelijk begrip niet voor teruggave. De media kwam tot dusver niet verder dan het benoemen van de Congolees Mwazulu Diyabanza tot The Robin Hood of Restitution – hoe eurocentrisch wil je het verwoorden.

Hicks beperkt zich echter tot slechts een enkele zaak: teruggave van bronzen voorwerpen aan Nigeria. Lekker makkelijk. Kunstroof vindt al millennia Ťn wereldwijd plaats – doorgaans mŤt plaatselijke medewerking.


Gods in Exile

‘Volgens een geleerde uit Kathmandu, die er geen doekjes om windt, "is de diefstal van afgodsbeelden een vraaggestuurde handel die geleid wordt door roofzuchtige culturele kannibalen. De schuldigen zijn niet de kruimeldieven, die hoe dan ook een schijntje verdienen in vergelijking met wat de kunst onder de veilingmeesters in New York City zal opbrengen.”†

De enige manier om deze handel in gesmokkelde godenbeelden te stoppen, zegt hij, is de vraag aan te pakken zodat verarmde Nepalezen aan de basis van de smokkelketen niet de behoefte voelen om beelden uit hun nis of van hun sokkel te rukken om ze te verschepen.’ - Gods in Exile


Let wel, pas in 1951 opende het jarenlang onderdrukte en sterk verpauperde Nepal haar grenzen voor de buitenwereld. Geleidelijk aan werd het land zich bewust van de talloze religieuze kunstvoorwerpen die er op vele straathoeken voor het oprapen lagen – al dan niet beschadigd, vergaan of door de jaarlijkse moesson volledig afgesleten.

Tekenend voor eeuwlange isolatie van het land is wellicht dat je tot begin zeventiger jaren nog iemand op straat een koperen beeld kon zien volstampen met hashisch – wat voor de toenmalige bevolking voornamelijk een medicijn was tegen de lichamelijke pijnen van oude boeren en de zielenpijn van sadhoes – omdat de buitenwereld daar kennelijk problemen mee had.


beelden achter tralies cirkel

Van de machtigsten in het land tot de buurtdief, evenals functionarissen van guthi’s (gemeenschapsfondsen) en buurtgroepen, velen werkten mee aan de diefstal van beeldhouwwerken uit de Vallei.

Daarnaast werd de versnelling van de diefstal van godsbeelden in de jaren 1970 en 1980 mogelijk gemaakt door de passiviteit van een heel spectrum van de aristocratie en de nationale elite van de Vallei, met inbegrip van de koninklijke preceptors (gurujyu's), de door de staat benoemde administrateurs bij de Guthi Sansthan die verantwoordelijk zijn voor religieus eigendom, en diezelfde intelligentsia die zichzelf beschouwt als erfgenaam van het roemrijke verleden van de Vallei. - Gods in Exile


beelden achter tralies-3



Educatie is een belangrijke overweging voor het subsidiŽren van wereldmusea.†

Comics

Bij gevolg is vaak al decennia een groot deel van het gebouw verkinderklast: armzalige winkeltjes langs nepzanderige slingerpaadjes, een keuterboerderijtje, wat verroest zelfgemaakt speelgoed, enzovoorts. ScŤnes die ze dagelijks in het jeugdjournaal kunnen zien of mogelijk tijdens vakantie zelf meemaakten.

Ook prof. D. Hicks kleunt mis met z'n bewering dat wereldmusea ‘niet alleen collecties van objecten zijn, maar ook collecties van ideeŽn.’ Zijn beeld van ‘het museum van de toekomst’ is vooral digitaal, want dan kun je vergelijken met voorwerpen in depot, waar dan ook ter wereld.

Om kunst- en cultuurbezit te classificeren als een verzameling ideeŽn klinkt wat badinerend.†

Een groot deel van de voorwerpen laat immers zien hoe de mens – op verschillende momenten, waar dan ook ter wereld – zijn kijk op geboorte, leven en dood vorm gaf.†

De overgrote meerderheid aan kunst- en cultuurvormen zijn daarom al millennia spiritueel van karakter.

Om dan toch zoveel geld en aandacht aan houten dorpjes e.d. te besteden terwijl zoveel inzicht in depot verborgen blijft, is niet minder badinerend.†



Als je dan ook nog andermans cultuurgoed aanpast, in taal maar ook bijvoorbeeld omdat een beeld met erectie voor de jeugd tŤ shockerend zou zijn - onverlet de beschikbare digitale porno via hun mobieltje - dan ga je naar mijn mening van badinerend over in denigrerend (een door sommigen als racistisch beschouwde term, hier bewust gebruikt).


Komaki

†Zie foto’s Fallus Festival in Japan


Het is niet zo moeilijk te bedenken dat als het depot niet openbaar en op orde is, er sceptische veronderstellingen (‘ze zijn bang het terug te moeten geven’) ontstaan of complottheorieŽn (‘het zijn allemaal kopieŽn, de originelen zijn onderhands verkocht’).

Het voornaamste doel van musea lijkt tegenwoordig echter om zoveel mogelijk kaartjes te verkopen. Om te overleven, bij te bouwen — of om ‘niet te missen aanwinsten’ toe te voegen aan het cv van de directeur en het depot.


Musťe Guimet


Veel ruimte is ‘op last van de brandweer’ opgeofferd om zoveel mogelijk publiek te kunnen verstouwen.†Een beetje directeur raadpleegt immers een Market Research Agency om het museum tot ‘vlotte infotainment’ te vormen.†

Tot in het restaurant-gedeelte staan soms kwetsbare museumschatten opgesteld om de ‘totaalsfeer’ zo ‘toegankelijk’ mogelijk te houden – fuck the context.

Ook is het denigrerend om al het uitheemse kunstbezit in het rijke Westen over ťťn kam te scheren, zoals Hicks doet, laat staan dat come and get it een ‘oplossing’ zou kunnen zijn.

Om slechts ťťn voorbeeld te schetsen: zou hij de Tibetaanse voorwerpen die tijdens de culturele revolutie (1966-’76)† aan de vernietigingswoede van de Rode Garde ontkwamen, willen ‘teruggeven’ aan de communistische regering in China die momenteel de 8,5 miljoen Oeigoeren op eenzelfde manier behandelt?


Vernietiging


Meerdere culturen zullen sowieso verdwijnen naar een museaal bestaan, zeker in de overbevolkte wereld van nu. Mogelijk is het soms verstandiger om vanuit het kunstvoorwerp te redeneren: waar vind je de oudste voorwerpen van natuurlijke materialen uit tropische culturen anders dan in het gematigde klimaat van het noordelijk halfrond (waar men er bovendien geld en belangstelling voor had).†

Gerede kans dat het beeld dat Mwazulu Diyabanza uit het Louvre opeiste dankzij houtworm of termieten in de Congo niet meer had bestaan.


Oorlogsbuit

Zelfs bij oorlogsbuit, roofkunst bij uitstek, is ogenblikkelijke teruggave niet altijd vanzelfsprekend.†

Liggen de oudchristelijke brokstukken – tijdens de oorlog in Islamitisch Irak ‘buitgemaakt’ –† vooralsnog niet veiliger in dat bijbelmuseum in New York?

(Zie deel I Andermans erfgoed)



Keizercollectie verhuizing

Dat het winnende dorp met een grote kar vol oorlogsbuit de verslagen nederzetting uittrok, werd millennia lang aanvaard als het recht van de sterkste – en er werd op geanticipeerd.

- Bij de inval van het Japanse leger in China (1937) werden halsoverkop honderdduizenden kunstschatten uit de Verboden Stad verpakt in 19.557 kratten om vervolgens 14 jaar lang door het land te worden gezeuld tot de oorlog was beslecht (zie de Geschiedenis van de Chinese Keizercollectie).


Hermitage ww2

- Begin 1942 verlieten vele wagonladingen vol kunstvoorwerpen Leningrad om ze uit handen van de oprukkende Duitsers te houden.

Misschien is oorlogsbuit echter niet meer van deze tijd - hoe vreemd dat ook moge klinken.†

‘Onderhoud is behoud’ en dat kost tegenwoordig al gauw een veelvoud van de eventueel verkoopbare stukken – nog afgezien van de morele plicht ertoe (of politiek wereldwijd een slechte reputatie).





Om met Wim Kan te spreken: een Hollander, een Ťchte Hollander, maakt eerst een kladje van de kosten en ziet d’r dan toch maar vanaf.†

Liever geeft hij de soldaten naar Afghanistan of Mali een pak stichtelijke kaarten mee waarop tevens teksten staan gedrukt als:

- Het is belangrijk het verleden te begrijpen - dat van uzelf en dat van anderen.

Speelkaarten

- Cultureel bezit is belangrijk voor de lokale gemeenschap. Toon respect en word gerespecteerd in ruil!

- Het kopen van geroofde artefacten is illegaal. Ze zullen in beslag worden genomen en u riskeert een strafblad.

- Het internationaal recht verplicht militairen het cultureel erfgoed te beschermen.


cartoon 2


Mogelijk gaat de tekst van de Unesco Military Manuel (2016) er om dezelfde reden nadrukkelijk op in — breng in godsnaam niets mee naar huis terug:

Recente conflicten in Mali, LibiŽ, Jemen, Irak en SyriŽ hebben aangetoond dat de bescherming van het erfgoed onlosmakelijk verbonden is met de bescherming van mensenlevens. De vernietiging van erfgoed is een integrerend onderdeel geworden van een wereldwijde strategie van culturele zuivering, die erop gericht is alle vormen van diversiteit uit te bannen.

In deze context moeten de strijdkrachten hun instrumenten [sic] gedragingen en vaardigheden aanpassen om rekening te houden met de bescherming van erfgoed als integrerend onderdeel van duurzame strategieŽn om vrede en veiligheid op te bouwen.


cartoon civilization


Een beetje militair heeft kennelijk geleerd wat wŤl en wat nžet tot cultureel erfgoed behoort – en wat te doen als hij pal naast een tempel, moskee of ruÔne een vijandige tank ontdekt.

Omschrijf ruÔne!

UN Miliairen

‘Een ruÔne is evenveel cultuurbezit als een ongerept paleis. Het is ook niet van belang of het cultuurgoed zich op het land of onder water bevindt. Als het om roerende of onroerende goederen gaat die van groot belang zijn voor het culturele erfgoed van een staat, dan zijn het cultuurgoederen.’

- Ja, nee, onze commandant weet dat allemaal.

‘Het komt erop neer dat het lot van culturele goederen in oorlogstijd afhangt van de daadwerkelijke vrijwaring door commandanten van hun operationele en wettelijke verantwoordelijkheden.’

- Dat bedoel ik.


TV programma

Natuurlijk telt de geschiedenis eindeloos veel plunderaars, ook anno nu, je ziet die lacherige mentaliteit nog regelmatig terug bij televisieprogramma’s om er de waarde van te horen.†

Door de illegale export valt die hoog uit - net als bij drugs.



Dorje ijzeren banden

In de zeventiger jaren verzuchtte de Britse oprichter van het nationale museum van Nigeria (hoe dubbel wil je het hebben): ‘Laten we alle kunst als toebehorend aan de wereld beschouwen.’

- Ja, verzucht menigeen meteen bij de gedachte.

Maar.. wie bewaart wat dan.. en waar..?

Niet alleen de zogenoemde wereldmusea maar ook reguliere en nationale musea kun je met enig recht toch als helers betitelen.†

Van oudsher herbergen ze geschonken verzamelingen, maar zowel bij verzameling (o.a. roofkunst) als bij geschonken (belasting-aftrekbaar) kun je vraagtekens zetten.



Het zou echter te betreuren zijn als deze criminele, maffiose geschiedenissen de actuele en onnoemelijk veel urgentere misstanden overschaduwen.†

Reeds decennia geleden is bijvoorbeeld berekend dat het middengebied van Afrika dankzij haar vele unieke grondstoffen de vijfde of zesde economie ter wereld zou kunnen zijn — en wat dit voor de rest van Afrika zou betekenen.†

Ware het niet dat de rest van de wereld er evenzo belang bij heeft om de politieke verhoudingen tussen al die ooit door Europa achteloos getrokken grenzen instabiel te houden.


Kaart Afrika vergelijk 2


Slavernij

Belangrijker dan erkenning voor het slavernijverleden is de huidige slavernij te onder-kennen in ‘verre landen’ die producten betaalbaar houden voor onderbetaalden en werklozen in het Westen.†

In cijfers:†6,2 %†(1 miljoen) van de Nederlandse,†17,3 %†(113†miljoen) van de Europese en†12,2 %†(35†miljoen) van de Amerikaanse bevolking leeft onder de armoedegrens.†-†CBS†+†VN†+†Stilzwijgend Profijt III

In plaats van ‘foute stand-beelden’ aan te vallen –†‘stomme tafel’†– lijkt me het koevoeten van trillionairs van hun diamanten voetstuk meer ter zake doende.†Het systeem dient te veranderen —†wij zijn het systeem.

Zonder teruggave als daadwerkelijke actie te willen uitsluiten: een qua bevolkingsaanwas exploderend land als Nigeria is nu meer gebaat bij een eerlijke olieprijs en herstel van het betreffende natuurgebied dan teruggave van ontvreemde kunst.†

demonstratie shell

(God-bewaar-me als Shell ooit haar internationale public relations probeert opwaarts te propaganderen door alleen de teruggave van de bronzen hoofden en panelen te ‘faciliteren’…)

Als een probleem lang bestaat, is er kennelijk geen snelle, pragmatische, eenduidige oplossing mogelijk.†

Hoeft ook niet, in dit geval.†

Het is met het opeisen van kunstbezit uit musea enigszins hetzelfde als te hoop lopen tegen oude standbeelden.†

Of zoals oude Indiase wijsgeren het reeds millennia terug stelden:†

je komt niet los van het verleden door het te bestrijden, maar door het te begrijpen.

Geen ontkennen, uitwissen of vernietigen, maar begrijpen.


bijlage boeddhahoofden



Worldmuseum logo

Onder het begrip†‘wereldmuseum' verstaat men voornamelijk niet-westerse kunstbezit.†

Toch klopt de aanduiding wel gezien het feit dat het totale idee van etnografica verzamelen en er een museum voor opzetten voornamelijk westers is. Misschien dat het fenomeen daarom – net als zo'n ‘fout’ standbeeld – toch maar moet blijven bestaan.†

Het geheel is deel van de wereldgeschiedenis.



M’n bedoeling met bovenstaand betoog is te schetsen dat teruggave van andermans erfgoed minder eenduidiger is dan het lijkt. Het is allesbehalve een kwestie van opeisen of weggeven aan wie er om vraagt. Mochten genoemde details tot meer interesse voor beide kanten van het verhaal leiden, dan hoort u mij niet klagen.†


Damaged statue Burma


PS: Als u op reis bent, koopt nooit en te nimmer fragmenten. Geen losse hoofden of handen, enzovoorts. Het zet anderen aan om bestaand kunst- en cultuurbezit kapot te maken.†

Nauwkeuriger gezegd: te ontvreemden van elke context.

En dan blijft er in wezen weinig meer over dan betekenisloze decoratie.



Links Myanmar, onder Cambodja.


Broken statues Cambodia




Pitt Rivers Museum†

Blog inhoud

Home


Stilzwijgend Profijt 1 t/m 3

Stilzwijgend Profijt 1 t/m 3

Stilzwijgend profijt


'Zie daar wat de rede leert.'


The west and the rest



Blog†inhoud

Home



The west and the rest

The west and the rest

Stilzwijgend profijt III


menigte


De dramatische nieuwsbeelden gingen afgelopen voorjaar rap de wereld over: beelden van de massale exodus uit grote Indiase steden toen plotseling een algehele lockdown werd afgekondigd voor het hele subcontinent – met een bevolking van zo’n 1,4 miljard.

Halsoverkop wegvluchtende mensen: hangend uit-aan-op karren, wagons of bussen, maar de meesten lopend. Even ging het gerucht dat de overheid speciale treinen voor hen zou inzetten. Rond spoorstations ontstonden ongeduldige hordes. Op de tv verscheen eerste minister Thackeray: ’Dat krijg je als iemand zo maar iets roept. Ik waarschuw jullie, dit zijn arme mensen, speel niet met hun emoties!’


Twitter foto's

Alle staten moesten op slot, miljoenen inwoners waren plotseling via de televisie door hun president op staande voet ontslagen. Zonder werk is het leven van dagloners in een stad gedoemd. Wegwezen dus.†Veelal zonder uitbetaling van het laatste loon, want de plotse lockdown bracht ook de kleinere middenstand, naaiateliers en allerhande thuisfabriekjes terstond in financiŽle problemen.†

Andere grote aantallen vluchtenden bestonden uit straatverkopers, riksja-rijders, karduwers, schoonmakers, noem maar een stedelijke bedrijvigheid op.


Wanneer nieuwsbeelden schokkend of sensationeel zijn, is de toelichting doorgaans gebrekkig – laat staan dat er nog enige uitleg volgt.†

Als iemand zich al in de media afvroeg waar al die mensen dan heentrokken, kwam het antwoord niet verder dan: ‘Naar huis, naar eigen dorp of streek.’


Lopend? Tijdens lockdown? Met z’n hoevelen? Waarom hadden ze hun ‘eigen dorp of streek’ verlaten?†

Was het inmiddels niet te lang geleden? Waren ze ‘thuis’ nog welkom, als er juist nu meer monden gevoed moeten worden?


Een Nepalese student beantwoordde m’n vragen per mail met:

De migrerende arbeiders hebben het erg zwaar. Het grootste deel van de beroepsbevolking in Mumbai en Zuid-Indiase staten komt uit de noordelijke staten Bihar en Uttar Pradesh (die aan Nepal grenzen).†

Tijdens de lockdown hadden de meesten van hen geen andere optie dan 1000-1200 km te lopen, van plaatsen als Mumbai en Delhi naar hun geboortedorp of -stad.


Landbouwgif sproeien kopie


Sommige groepen werden onderweg door omstanders besproeid met pesticiden, omdat ontsmettingsmiddelen als bescherming werden gezien. Er werd gezegd dat dit de grootste migratie was sinds de opdeling van India en Pakistan (1947).

De nationalistische BJP die in India regeert, doet voornamelijk aan hindoeÔstische moslimretoriek en is in deze tijd hopeloos gebleken. India zit momenteel middenin protesten van boeren die massaal naar Delhi trekken. Heel bevorderlijk voor de covid-verspreiding allemaal.

Er lijkt weinig verschil in de situatie van het migrerende voetvolk en de keuterboertjes. Sterker nog, Indiase kranten noemen de rondtrekkende arbeiders soms onomwonden agrarische vluchtelingen (‘farmer refugees’).

boeren op land Nepal 2

Het aantal zelfdodingen is onder beide groepen al jaren dermate hoog dat zelfs de nationale media de cijfers node moet melden –– met een enkele keer ‘hoge bankschulden’ als achterliggende reden. Het probleem was echter dat vele keuterboeren te klein waren om met hun schamele oogst de reis te financieren naar een stad of streek waar een betere prijs viel te behalen.

Lang verhaal kort: mega ondernemingen en (internationale) multinationals verkregen dankzij meedogenloos lage prijzen steeds meer grond in bezit. De voorheen zelfstandige boeren werden loonslaven in grote steden.

(Voor alle duidelijkheid: het betreft hier niet de jonge mensen uit India, Bangladesh of Nepal die noodgedwongen intekenen op arbeidscontracten voor Maleisische fabrieken, Arabische stadion- of andere hoogbouw, IsraŽlische huishouding, Chinese schoonmaakbedrijven. Dat zijn weer andere legertjes arbeidskrachten.)


Boeren 1


Afgelopen september publiceerde socioloog Jan Breman een perspective over de pandemie in India en de weerslag ervan op ‘footloose labour’ (letterlijk ‘loslopende werkkrachten’). Migrerende of permanent rondtrekkende (seizoens)arbeiders staan zelden ergens geregistreerd maar hun aantal schat hij tussen de 50 en 100 miljoen. Indiase kranten spreken soms van 150 miljoen.

De angst voor honger, het gebrek aan onderdak en de vrees om besmet te raken, lieten velen onder hen geen andere keuze dan te proberen de afstand lopend af te leggen.

De eerste dagen nadat instructies waren uitgevaardigd om binnenshuis te blijven, stonden de kranten vol met foto's van groepen migranten die langs de snelwegen liepen en liftten in de hoop de reis van honderden kilometers of meer naar huis te voltooien.

kathmandu post-2

Aan staats- en districtsgrenzen werden ze aangehouden en vaak belaagd door politie die hun doorgang weigerde en hen in noodkampen vasthield. De meeste migranten besloten wijselijk om niet verder trekken totdat het vervoer over langere afstanden zou worden hervat. Toen dat alsmaar niet gebeurde, verzamelden honderden en duizenden van hen zich op treinstations en in busdepots of in straatprotesten.

Tussen april en juni kwamen ze bijvoorbeeld driemaal samen in de stad Surat om schreeuwend voertuigen of treinen te eisen om hen terug te brengen naar hun plaats van herkomst.†

Op de groeiende onrust reageerde de politie hardhandig. Maar de beelden van deze gestrande, broeierige massa maakten in ieder geval de nauwelijks opgemerkte aanwezigheid van deze rondtrekkende werkzoekenden zichtbaar voor de stedelijke burgerij, die tot dan toe geen idee hadden van de omvang en kwetsbaarheid van dit zonderlinge werkvolk in hun midden.

Wie zijn deze mensen, die noodgedwongen zwerven tussen woonplaats en werkplek, ver weg van huis? Wat ze gemeen hebben, is de noodzaak om het hoofd te bieden aan de chronische armoede van het huishouden waartoe ze behoren.

Naast het gebrek aan voldoende productie om van te leven is er in hun omgeving evenmin een aanhoudende vraag naar hun arbeidskracht.

Als oproepkrachten zitten ze dicht bij of aan de onderkant van de informele economie, wat erop neerkomt dat ze geen enkele zeggenschap hebben over welke arbeidsvoorwaarden dan ook.


Dorp India

Foto’s zie Traveloque Zuid-India

Velen van hen worden aangenomen en ontslagen al naar gelang de behoefte van het moment, worden onderbetaald voor hun laaggeschoolde zware werk en moeten werken zonder zelfs de geringste toegang tot rechtsbescherming of sociale zekerheid.

Gemeden en verbannen buiten de†fatsoensnormen†is de hachelijke positie van deze groepen vergelijkbaar met die van arme lieden die het niet verdienen te worden onderworpen aan de wrede doctrine van het sociaal Darwinisme dat we zo vurig maar onbezonnen hoopten nooit meer terug te zien.

Om deze onderklasse van de heersende maatschappij gescheiden te houden, werd aan de samenleving een raciale ideologie van uitsluiting opgelegd, hetgeen het gedegradeerde deel van de natie onderwierp aan binnenlands kolonialisme. - Jan Breman


billionaire 2 kopie


Maar hoezo binnenlands kolonialisme, als ook India sinds decennia het westerse liberaal-kapitalistische systeem incorporeerde. Indira Gandhi meende dit in de zeventiger jaren nog te kunnen tegenhouden door zich sterk op de Sovjets te richten – maar tevergeefs.

Kolonisatie vond in den beginne niet plaats door Europese landen – die immers zelf nog vastgelegde grenzen noch stemrecht hadden. Het was veeleer de invloed van de rijke bovenlaag in bepaalde Europese steden of gebieden die investeerde in schepen en mankracht — in die volgorde.


Follow the money wall street

Was de VOC nog een naamloze vennootschap, in de 19de eeuw werd elke persoonlijke verantwoordelijkheid resp. aansprakelijkheid nog meer verhuld en ingekapseld in contracten, kortom onmogelijk gemaakt. Van verantwoording nemen of afleggen was zelden sprake.

Mettertijd groeiden deze NV’s uit tot mondiale corporaties en financiŽle multinationals, waarbinnen niemand meer enigszins persoonlijk verantwoordelijk was (behalve voor de winst voor de aandeelhouders) en waarop zowel werknemers als samenlevingen geen greep meer hadden / hebben.

Nog altijd herinner ik me de reactie van de man die in de negentiger jaren directeur van Chrysler was. Op de vraag van een journalist hoe het kon dat de onderneming winst maakte, terwijl de fabriek verkleind was, vele arbeiders ontslagen waren en de omringende stad tot een getto aan het vervallen was, antwoordde hij in alle ernst:†

‘Ik zit hier niet om auto’s te verkopen, ik zit hier om winst te maken.’


Trillionaires


In de kapitalistische ideologie, die nut en efficiency tot de hoogste waarden heeft verheven om zoveel mogelijk winst te kunnen maken, spreekt niets meer in zijn eigen taal met de mens. Alles is teruggebracht tot een zielloos object dat†of† bruikbaar is en daarom nuttig, of† onbruikbaar, dus onnuttig. En wat geen nut heeft, kan† worden vernietigd als onkruid.

Hoewel het rijkste deel van de†trilaterale’ elite streeft naar een wereldregering die de verwezenlijking van haar wereldwijde belangen versoepelt, blijft de ‘fundamentele logica’ van het huidige neo-darwinistische kapitalisme dat door de survival of the fittest de sterkste altijd wint.

Deze visie is afkomstig van de negentiende eeuwse Engelse filosoof, Herbert Spencer.

Na het lezen van Charles Darwin's On the Origin of Species, in zijn Principles of Biology (1864), waarin hij parallellen trekt tussen zijn eigen economische theorieŽn en Darwin's biologische theorieŽn: 'Deze survival of the fittest, die ik hier in technische bewoordingen heb proberen uit te drukken, is datgene wat de heer Darwin 'natuurlijke selectie' heeft genoemd, oftewel het behoud van bevoorrechte rassen in de strijd om het leven'.

obama nepal kopie

Maar in tegenstelling tot de neo-darwinisten die de nadruk leggen op de overwinning van de sterkste, sprak Darwin zelf over de overleving van de soort die zich juist het beste aanpast aan de veranderende omstandigheden.

De grootste bedreiging van de mensheid is nu dat zowel liberalen als neo-conservatieven de Darwiniaanse versie weigeren te accepteren.†

Zij zijn er heilig van overtuigd dat alleen grootscheeps geweld de hegemonie van het zwaarst bewapende land in de geschiedenis kan consolideren.†


Beide politieke partijen in de VS negeren zodoende de ware bedreigingen van de mensheid: de opwarming van de aarde, de ‘jobless growth,’†de catastrofale milieuverontreiniging, de voorbereidingen van een Derde Wereldoorlog om de markten en de snel slinkende grondstoffen-voorraden te veroveren, de niet te stuiten politieke corruptie, het opkomende postmoderne ‘fascisme,’ de wereldwijde bevolkingsexplosie, de uitputting van landbouwgronden, de aanzwellende vluchtelingenstroom naar de westerse vleespotten,†de toenemende kloof tussen arm en rijk,†het almaar dalende vertrouwen van de burgers in de politieke macht, en het groeiende verlies aan geloofwaardigheid van de ‘corporate media.’†

En dit alles gebeurt ook nog gelijktijdig, zodat er nu sprake is van wat buitenlandse auteurs met recht ‘a system crisis’ noemen. De reactie hierop van de westerse media is ronduit verbijsterend. - Stan van Houcke


Markt

Zie foto’s Old Delhi

India verwacht zo’n 200 miljoen mensen per jaar te vaccineren. Op zich een prestatie maar dat komt bij 1,4 miljard neer op zo’n zeven jaar als alles meezit –– en dat zit het zelden in India.

De eerste vertraging zit ‘m al in de prijs van $ 3,= per stuk. India mag dan een van de allergrootste medicijn producenten ter wereld zijn, de meeste medicinale grondstoffen zijn in Chinees bezit.



Een andere vertraging is de vraag naar een miljard louter ťťnmalig te gebruiken spuiten — om herverkoop en extra infecties te voorkomen.

Vaccinspuiten

Het inentingsprogramma moge dan inmiddels vier miljoen doktoren en verpleegsters tellen, dat is nog steeds onvoldoende om het immense platteland en Himalaya gebergte te bezoeken.†

Om uitbarstingen van massale toeloop te voorkomen, zal het verkiezingssysteem worden aangewend: persoonlijke oproepen per post. (Sinds de koloniale tijd werken de posterijen in India immer nog uitstekend – want ambtenarij en dus een redelijk betaalde vaste baan.)

Namaak vaccin

Als vaccin-voorrang in strak georganiseerde landen al problemen en onrust oplevert, hoe zal dat verlopen in een land met kastenstelsels (waarbij ook nog eens de een niet door de ander geÔnjecteerd wil worden), met overwegend private gezondheidszorg, met alleen al zo’n zeventig miljoen diabeten, met genoemde miljoenen niet-geregistreerde trekarbeiders maar evenzo met miljoenen rondtrekkende heiligmannen (sadhoes),†tempelbewoners, enzovoorts.



Sadhoe India

Foto’s zie†Traveloque Zuid-India††

Saddhoes 2


Foto’s zie Shiva Ratri

De verkoop van namaak vaccins is uiteraard al aan de orde. Even treurig maar nog verbijsterender zijn de ‘wetenschappelijke papers’ die ‘aantonen’ dat ‘mensen in armere, lage-inkomens wijken een hogere immunologisch respons op de ziekte hebben in vergelijking met hoge-inkomensgroepen’.

Als žk, drie-hoog achter in Amsterdam aan de zijlijn, al kan bedenken dat in arme gebieden en getto’s alleen het sterkste kind overleeft, dan lijkt het me ronduit misdadig dat de armen voor een tweede keer op de proef worden gesteld en achteraan in de voorrang-selectie moeten aansluiten.


Het is schrijnend dat deze rijkere landen een beleid van ‘vaccin-nationalisme' hebben gevoerd door het aanleggen van een voorraad kandidaat-vaccins in plaats van een beleid voor het creŽren van een ‘volksvaccin’.

In het belang van de mensheid zou het verstandig zijn om de regels voor intellectueel eigendom op te schorten en een procedure te ontwikkelen om universele vaccins voor alle mensen te creŽren. – Noam Chomsky & Vijay Prashad

Ook al ben je voorstander van andersglobalisme - lees die wikipagina, ajb - dan nog heb je ongemerkt wel degelijk stilzwijgend profijt van de onderbetaalde arbeid van Aziatische of Afrikaanse ‘systeemslaven’.


Boeren weven

Foto’s zie†Traveloque Zuid-India††


boer met eigen spullen

Eenzaamheid is geen gemoedstoestand die op zichzelf staat. Hij leeft in een ecosysteem. Als we dus de eenzaamheidscrisis willen tegenhouden, zijn economische, politieke en maatschappelijke veranderingen in het systeem nodig, terwijl we tegelijkertijd onze persoonlijke verantwoordelijkheid erkennen.

Om te beginnen moeten we accepteren dat de huidige eenzaamheidscrisis niet zomaar uit de lucht is komen vallen. Ze werd krachtig aangewakkerd door een specifiek politiek project: het neoliberale kapitalisme. Dit is een obsessief egocentrische, zelfzuchtige vorm van kapitalisme die onverschilligheid heeft genormaliseerd, van egoÔsme een deugd heeft gemaakt en het belang van mededogen en zorgzaamheid heeft gebagatelliseerd.

Het is niet zo dat we nooit eerder eenzaam waren. Door onze relaties te herdefiniŽren als transacties, door van burgers consumenten te maken en door steeds grotere inkomens- en vermogenskloven te veroorzaken, heeft veertig jaar neoliberaal kapitalisme op zijn best waarden als solidariteit, saamhorigheid en vriendelijkheid gemarginaliseerd. Op zijn ergst heeft het deze waarden zonder vorm van proces terzijde geschoven.

Kapitalisme is nooit ťťn enkele ideologie geweest.

Als het kapitalisme met zorg verzoend moet worden, moeten we economie en sociale rechtvaardigheid dringend opnieuw met elkaar verbinden en erkennen dat traditionele definities voor succes niet langer volstaan. - Noreen Hertz. De Eenzame Eeuw.


Boeren verkopen Nepal

Foto’s zie Nepal

In de tachtiger jaren hoorde ik toenmalig minister ontwikkelingssamenwerking Eegje Schoo op een Chinees tv-kanaal dwars door haar beminnelijke lach heen liegen dat ze in Beijing was om Nederlandse bedrijven te ‘assisteren’ er fabrieken op te richten ‘om de Chinese markt te bedienen’. Terwijl juist in die ‘belubberde’ jaren de werkloosheid thuis ongekend hoog was.

Dat het anders moet – alleen al om het milieu – weet inmiddels ieder mens. Maar na vier decennia kun je dit liberaal-kapitalistisch productieproces in landen als Vietnam, Cambodja, India, IndonesiŽ, Bangladesh, of continenten als Zuid-Amerika of Afrika niet zo maar met een guillotine-slag stilleggen –- want corona.



spullen kopie

Om de beeldspraak draaglijk te houden: denk even aan oude slapstick filmfragmenten van lopende-band werk. Zo’n scene waarin aan het eind van de band iets onverwachts gebeurt, waardoor aan het begin grote paniek uitbreekt om de stuwende berg aan onderdelen die zich alsmaar ophoopt. Sorry, even geen kleding, schoeisel, elektronica, meubels, etc.


Boeren manden


Mondiaal gezien maken de lockdowns † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † † inmiddels meer levens kapot dan er worden gered. Misschien niet zozeer in the west als wel in the rest.

Na decennia van stilzwijgend profijt – kijk binnenshuis ‘ns rond – is het hoog tijd zelf†verantwoording te nemen, te beginnen met buiten de westerse covid-bubble te kijken.



Half open 1 tekst

Stilzwijgend profijt I

Stilzwijgend profijt II

Inhoud artikelen

Home














tAll photographs and texts © Kashba, Ais Loupatty & Ton Lankreijer. Webdesign: William Loupatty.